Behoud personeelskorting voor werknemers

De regering moet de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR: een regeling voor extra voordelen voor werknemers) behouden. Afschaffing zorgt voor minder koopkracht voor honderdduizenden gezinnen. Vooral mensen in de winkelbranche met een laag inkomen worden hierdoor hard geraakt. De kosten hiervoor moeten uit de algemene middelen worden betaald.

Motie van het lid Vermeer over afzien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting

De kamer, constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen; constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn; overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient; overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen; verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden blijft voor medewerkers; verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving te dekken uit de algemene middelen.
2 juli | BBB | Verworpen: 42–108 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat mensen met een lager inkomen netto meer overhouden van hun loon [2] en dat de laagste inkomens genoeg hebben om van rond te komen [3]. Het behouden van de personeelskorting sluit aan bij de wens om de koopkracht van werkenden met gewone inkomens te beschermen [2].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een eenvoudiger belastingstelsel en wil bijna alle complexe inkomensafhankelijke regelingen vervangen door een eenvoudige, inkomensonafhankelijke basiskorting [4]. Het behouden van specifieke vrijstellingen zoals de personeelskorting binnen de WKR kan hiermee in strijd zijn met het doel om het stelsel te vereenvoudigen en ondernemersregelingen te transformeren [4][1].

Bronnen:

  1. "De arbeidskorting, die de afgelopen jaren tot onverantwoordelijke proporties is opgeblazen, wordt samen met de ondernemersregelingen in de inkomstenbelasting omgevormd naar één werkendenkorting, met een maximum van € 5.000 per jaar."
  2. "Werkenden met gewone inkomens - van een minimumloon tot circa twee keer modaal moeten netto meer overhouden van hun loon. De ChristenUnie heeft een doordacht en werkend voorstel voor belastingen en toeslagen. Lees hierover meer in paragraaf 2.3 'Naar een nieuw, eenvoudig en eerlijk belastingstelsel'. Voor inkomen uit werk betekent dit concreet dat de eerste € 30.000 inkomen belastingvrij is. Nu is de belastingdruk op extra verdiensten (het percentage belasting dat je betaalt over elke euro meer inkomen, marginale druk) veel te groot. In sommige gevallen zelfs boven de 100%. Dat betekent dat één euro extra verdienen ertoe kan leiden dat je er netto op achteruit gaat. In het door het CPB doorgerekende nieuwe belastingstelsel van de ChristenUnie is de marginale druk altijd lager dan 50%. Werken wordt daarmee veel lonender."
  3. "Voor de ChristenUnie is dit onacceptabel. Daarom hebben we een compleet nieuw belastingstelsel uitgewerkt, dat is doorgerekend door het Centraal Planbureau. Bij dit nieuwe stelsel staan twee kernwaarden met stip voorop: eenvoud en rechtvaardigheid. Eenvoud omdat het stelsel vooral simpeler en begrijpelijker moet zijn, zonder terugvorderingen of andere nare verrassingen. Rechtvaardigheid omdat we willen dat ook de laagste inkomens genoeg hebben om van rond te komen. Omdat meer werken beloond hoort te worden. En omdat mensen die goed verdienen en profiteren van belastingvoordelen, ook evenredig financieel bijdragen aan ons land. Concreet betekent dit dat bij de ChristenUnie-plannen onderaan de streep niemand belasting betaalt over de eerste 30.000 euro aan inkomen. Bovendien is het belastingtarief over een extra verdiende euro (marginale druk) zelfs in het extreemste geval niet meer dan 50%. Dat betekent dat als je een euro meer verdient, je altijd meer dan de helft overhoudt."
  4. "De belasting op inkomen uit arbeid wordt fors verlaagd. Stelregel is dat onderaan de streep niemand belasting betaalt over de eerste € 30.000 aan inkomen. We vervangen bijna alle complexe inkomensafhankelijke regelingen door een eenvoudige inkomensonafhankelijke basiskorting. En we verlagen het belastingtarief naar 33,3% op het inkomen tot € 45.000 van het inkomen, 41,6% op het inkomen tussen € 45.000 en € 90.000, en 49,9% daarboven."