De regering moet bij de inkoop van materieel voor Defensie altijd laten zien welke risico's tussenpersonen met zich meebrengen. Het gebruik van bemiddelaars kan namelijk zorgen voor onbetrouwbare situaties of afhankelijkheid. Duidelijkheid over de besteding van belastinggeld is nodig om het draagvlak voor de hogere defensie-uitgaven te houden.
Motie van het lid Nanninga over bij defensie-inkopen via tussenpersonen of bemiddelaars standaard inzichtelijk maken welke integriteitsrisico’s zijn gewogen
De kamer,
constaterende dat Defensie de komende jaren sneller en meer materieel
moet verwerven;
overwegende dat versnelling noodzakelijk is, maar nooit ten koste mag
gaan van integriteit, doelmatigheid en controleerbaarheid;
overwegende dat het gebruik van tussenpersonen, bemiddelaars of
andere niet-transparante constructies bij defensie-inkopen extra
integriteits- en afhankelijkheidsrisico’s kan meebrengen;
overwegende dat transparante procedures rondom bestedingen van
publieke gelden essentieel zijn voor behoud van het draagvlak voor de
toegenomen Defensie-uitgaven;
verzoekt de regering om bij defensie-inkopen waarbij gebruik wordt
gemaakt van tussenpersonen of bemiddelaars, standaard inzichtelijk te
maken welke integriteitsrisico’s zijn gewogen;
verzoekt de regering de Kamer bij verwervingen actief te informeren over
de getroffen waarborgen, zonder operationeel of commercieel vertrouwelijke informatie prijs te geven.
Argumenten voor: De partij wil dat de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen voor toezicht en dat de informatievoorziening wordt verbeterd, zodat de volksvertegenwoordiging effectiever sturing kan geven [5].
Argumenten tegen: De partij pleit voor het verminderen van belemmerende regelgeving [1][2], het versnellen van procedures in strategische sectoren [4] en stelt voor dat Defensie een uitzonderingspositie krijgt op wet- en regelgeving [3], wat de extra transparantie-eisen in de motie zou kunnen hinderen.
Bronnen:
"De Nederlandse defensie-industrie versterken door minder belemmerende regelgeving en vergunningseisen, en door het verstrekken van langdurige opdrachten. Zo stimuleren we innovatie en werkgelegenheid in eigen land."
"Wij werken lineair toe naar 3,5% + 1,5% van het nationaal inkomen aan defensie(gerelateerde)-uitgaven in 2035. Jaarlijks niet-benutte middelen worden ondergebracht in het bestaande Defensiematerieelbegrotingsfonds, waar -mee grote materiële investeringen mogelijk blijven zon -der het jaarbudget te belasten. Voor de defensie-indus -trie schrapt JA21 belemmerende regelgeving en zet het in op langdurige opdrachten binnen Nederland. Alleen zo kunnen we onze krijgsmacht en onze defensie-industrie effectief en verantwoord opbouwen."
"De krijgsmacht moet op innovatieve wijze de laatste tech -nologische ontwikkelingen toepassen in de organisatie, waaronder met de integratie van drones en AI. Ook ver -groten we het aantal oefenterreinen in Nederland om de geoefendheid van onze eenheden veilig en effectief op peil te houden. Defensie krijgt hiervoor een uitzonderings -positie op wet- en regelgeving. Daarnaast wil JA21 naast hoog- ook productie van laagtechnologische munitie in Nederland. Dit moet met het aangaan van lange-termijn orders economisch levensvatbaar worden gemaakt."
"Vergunningsprocedures versnellen voor onder andere stikstof en aansluitingen op het energienet. Door hierbij voorrang te geven aan strategische sectoren zoals defensie maken we onze industrie toekomstbestendig."
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."