Sneller actie tegen pfas in pesticiden

De regering moet onderzoeken hoe Nederland sneller kan ingrijpen bij pesticiden met pfas. Deze schadelijke stoffen zitten in alle moedermelk en in ons voedsel en drinkwater. Dit is gevaarlijk voor de gezondheid van baby's. Omdat een Europees verbod op pfas nog lang duurt, moet Nederland zelf een nationale regeling maken om de blootstelling te beperken.

Motie van het lid Kostić over onderzoeken op welke wijze een nationaal kader kan worden ingericht waarmee sneller kan worden ingegrepen bij PFAS-houdende pesticiden

De kamer, constaterende dat het RIVM aangeeft dat de schadelijke pfas-stoffen in alle moedermelk zitten, wat kan leiden tot schade voor baby’s; constaterende dat pfas zeer persistent zijn, zich ophopen in de voedselketen en de blootstelling van Nederlanders via voedsel en drinkwater volgens het RIVM al boven de gezondheidskundige grenswaarde kan uitkomen; constaterende dat het Ctgb in zijn pfas-advies heeft aangegeven dat Nederland voor maatregelen afhankelijk is van het Europese artikel 44proces, terwijl Denemarken op grond van nationaal beleid sneller tot een verbod kan overgaan; overwegende dat het Europese (gedeeltelijke) verbod op pfas nog lang op zich laat wachten en geen zekerheid biedt; constaterende dat de Kamer de regering heeft gevraagd om op korte termijn nationale maatregelen tegen pfas in biociden te verkennen (28 089, nr. 373); verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze in Nederland een nationaal kader kan worden ingericht waarmee sneller kan worden ingegrepen bij pfas-houdende pesticiden, en de Kamer hierover dit jaar te informeren.
2 juli | PvdD | Verworpen: 32–118 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij beschouwt PFAS-vervuiling als een ongekend probleem met enorme gezondheidsrisico's en wil dit probleem bij de bron aanpakken [1]. Er wordt gepleit voor een strikte handhaving van het voorzorgsprincipe om situaties zoals met PFAS te voorkomen [2]. Bovendien wil de partij dat de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb in lijn wordt gebracht met de kwaliteitsnormen voor de volksgezondheid en natuur [4]. Ook vindt de partij dat de overheid zelf normen moet stellen en handhaven om schadelijke uitstoot van stoffen zoals PFAS te voorkomen [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het instellen van een nationaal kader voor snellere interventie bij pfas-houdende pesticiden.

Bronnen:

  1. "PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
  2. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  3. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  4. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."