Risico nemen bij nationale investeringen

De regering moet de nationale investeringsinstelling zo inrichten dat zij meer risico kan nemen. De markt investeert nu onvoldoende in belangrijke projecten voor technologie en infrastructuur omdat deze te risicovol zijn.

Motie van het lid Van der Lee over de nationale investeringsinstelling zo vormgeven dat zij marktfalen kan helpen oplossen door voldoende ruimte te hebben om niet marktconform te hoeven handelen

De kamer, constaterende dat de markt onvoldoende risicodragende financiering biedt voor projecten met grote maatschappelijke en strategische waarde, zoals het opschalen van technologie of investeringen in infrastructuur; verzoekt de regering de nationale investeringsinstelling zo vorm te geven dat zij marktfalen kan helpen oplossen door voldoende ruimte te hebben om niet marktconform te hoeven handelen.
3 september | PRO | Verworpen: 42–108 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil investeren in sectoren met een grote maatschappelijke waarde [4] en streeft naar een economie waarbij publieke voorzieningen niet aan de markt worden overgelaten maar in handen van de samenleving komen [2][3]. Daarnaast wil de partij het financiële systeem zodanig herzien dat het de samenleving dient [5] en wil zij fiscale prikkels inzetten om langetermijninvesteringen in minder rendabele sectoren te stimuleren [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen expliciete argumenten tegen de motie.

Bronnen:

  1. "Geduldig kapitaal, bedoeld voor langetermijninvesteringen in minder rendabele sectoren, maken we fiscaal aantrekkelijker. Financieringen en investeringen voor circulaire processen en bedrijven wordt makkelijker. We gebruiken hiervoor als leidraad het rapport 'Geld genoeg - maar niet voor circulaire bedrijven'."
  2. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
  3. "We draaien de doorgeslagen marktwerking terug in publieke diensten zoals zorg, onderwijs en openbaar vervoer. Publieke voorzieningen zijn er voor iedereen en horen niet afhankelijk te zijn van winstprikkels."
  4. "We investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde en lage ecologische druk, zoals zorg, onderwijs, duurzame bouw, hernieuwbare energie en reparatiesectoren. Zo wordt welzijn niet afhankelijk van koopkracht of economische groei, maar gegarandeerd als basisrecht voor iedereen."
  5. "De huidige financiële sector is te afhankelijk van risicovolle aandelenbeurzen en complexe bankpraktijken. Het is tijd voor een rigoureuze herziening van ons geld- en banksysteem. We zetten in op veilige nutsbanken, strengere regelgeving en fiscale prikkels voor groene investeringen. Daarnaast zorgen we voor transparantie, klimaatverantwoordelijkheid en het terugdringen van financiële macht, zodat het systeem weer dienstbaar wordt aan de samenleving in plaats van andersom."