De regering moet schone technologie (cleantech) onderdeel maken van de taskforce en het industriebeleid. Er moet ook een programma voor worden opgezet. Dit is nodig omdat deze technologie een belangrijke groeimarkt is en helpt bij de strategische autonomie (de onafhankelijkheid van andere landen).
Motie van het lid Van der Lee over schone technologie integraal onderdeel maken van de inzet van de taskforce en het industriebeleid
De kamer,
overwegende dat schone technologie, ook wel «cleantech», als groeimarkt
naast economisch, ook cruciaal is voor onze strategische autonomie;
verzoekt de regering schone technologie integraal onderdeel te maken
van de inzet van de taskforce en het industriebeleid, en hierop een
programma in te richten.
Argumenten voor: De partij wil investeren in innovatie en productiviteit om toekomstige welvaart te verzekeren [1]. Er is behoefte aan innovatie om de omslag naar een ecologisch verantwoorde en competitieve economie te maken [4]. De partij wil de industrie ondersteunen bij de overstap naar duurzame productiemethoden [2] en investeren in energie-infrastructuur zodat een sterke en schone industriële sector behouden blijft [5]. Daarnaast is investeren in hoogwaardige technologie noodzakelijk voor de strategische autonomie [3].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die de integratie van schone technologie in het industriebeleid of het stimuleren van technologische innovatie tegenhouden.
Bronnen:
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"Nederland (en Europa) moet investeren in de ontwikkeling van hoogwaardige technologie waarmee we als land en continent onafhankelijk worden van de Verenigde Staten en China. Onze digitale infrastructuur, zowel van overheden als bedrijven, is kwetsbaar voor manipulatie door kwaadwillenden. We zijn te veel afhankelijk geworden van partijen buiten Europa. Dat moet anders. Voor het waarborgen van onze strategische autonomie is het hebben van een Europese cloudoplossingen noodzakelijk. Nederland zet zich in om dit te realiseren."
"Investeringen in wetenschap en onderzoek zijn nodig als we ons als land willen blijven ontwikkelen, in lijn met de Lissabondoelstelling van 3%. Innovaties zijn nodig om de omslag naar een ecologisch verantwoorde en competitieve economie te maken waarin we op een duurzame manier samenleven, consumeren en produceren. We investeren blijvend in praktijkgericht onderzoek op hogescholen en bevorderen de samenwerking binnen het hoger onderwijs door geschikte fondsen en subsidies. Bovendien investeren we in sectorplannen en in ongebonden onderzoek op de universiteiten."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."