De regering moet schone technologie (cleantech) onderdeel maken van de taskforce en het industriebeleid. Er moet ook een programma voor worden opgezet. Dit is nodig omdat deze technologie een belangrijke groeimarkt is en helpt bij de strategische autonomie (de onafhankelijkheid van andere landen).
Motie van het lid Van der Lee over schone technologie integraal onderdeel maken van de inzet van de taskforce en het industriebeleid
De kamer,
overwegende dat schone technologie, ook wel «cleantech», als groeimarkt
naast economisch, ook cruciaal is voor onze strategische autonomie;
verzoekt de regering schone technologie integraal onderdeel te maken
van de inzet van de taskforce en het industriebeleid, en hierop een
programma in te richten.
Argumenten voor: De partij streeft naar een duurzame en schone energieomgeving [1] en wil de nadruk leggen op groene innovaties en toekomstbestendige ondernemingen [3]. Daarnaast is een visie vanuit de overheid over de toekomstige koers van bepaalde industrieën volgens de partij onmisbaar [2]. Ze willen investeren in sectoren met een lage ecologische druk, zoals hernieuwbare energie [5], en onderzoek doen naar alternatieven voor grondstoffen om de afhankelijkheid te verkleinen [4].
Argumenten tegen: De partij levert geen argumenten tegen het integreren van schone technologie in het industriebeleid.
Bronnen:
"Het energiesysteem van de toekomst is duurzaam, schoon en betaalbaar. Dat vraagt om een snelle afbouw van fossiele bronnen, een forse groei van hernieuwbare energie en een transformatie van de industrie, vervoer en gebouwen."
"We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
"We gaan ons meer richten op het ondersteunen van het toekomstbestendige midden- en kleinbedrijf, groene innovaties en lokale initiatieven. We stoppen met het subsidiëren van de grootste vervuilers. De vervuiler gaat betalen en de opbrengsten gebruiken we voor toekomstbestendige ondernemingen en groene innovatie."
"We stimuleren (wetenschappelijk) onderzoek naar duurzame en planeetvriendelijke alternatieven voor zeldzame grondstoffen zoals cobalt, lithium, titanium en andere. De alternatieven moeten ons minder afhankelijk maken van schadelijke grondstoffenwinning die gepaard gaat met mensenrechtenschendingen."
"We investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde en lage ecologische druk, zoals zorg, onderwijs, duurzame bouw, hernieuwbare energie en reparatiesectoren. Zo wordt welzijn niet afhankelijk van koopkracht of economische groei, maar gegarandeerd als basisrecht voor iedereen."