De regering moet schone technologie (cleantech) onderdeel maken van de taskforce en het industriebeleid. Er moet ook een programma voor worden opgezet. Dit is nodig omdat deze technologie een belangrijke groeimarkt is en helpt bij de strategische autonomie (de onafhankelijkheid van andere landen).
Motie van het lid Van der Lee over schone technologie integraal onderdeel maken van de inzet van de taskforce en het industriebeleid
De kamer,
overwegende dat schone technologie, ook wel «cleantech», als groeimarkt
naast economisch, ook cruciaal is voor onze strategische autonomie;
verzoekt de regering schone technologie integraal onderdeel te maken
van de inzet van de taskforce en het industriebeleid, en hierop een
programma in te richten.
Argumenten voor: De partij wil actief investeren in onderzoek en innovatie via een nationale technologiestrategie waarbij de overheid mede-investeert [1]. Zij zetten in op een groene industriepolitiek om bedrijven in een schone economie te ondersteunen en Nederland en de EU als wereldleider in de schone economie te positioneren [3]. Ook het vergroten van de strategische autonomie door middel van technologieontwikkeling [2] en het investeren in een duurzame, innovatieve industrie via een groot Toekomstfonds [4] zijn belangrijke speunpunten van de partij.
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie. De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven."
"Technologie en onderzoek. Wij zetten ons in voor forse EU-investeringen in fundamenteel onderzoek en technologieontwikkeling. Daarbij zijn Europese waarden en maatschappelijke behoeften leidend. Denk aan het vergroten van de strategische autonomie van de EU."
"Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
"De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."