De regering moet schone technologie (cleantech) onderdeel maken van de taskforce en het industriebeleid. Er moet ook een programma voor worden opgezet. Dit is nodig omdat deze technologie een belangrijke groeimarkt is en helpt bij de strategische autonomie (de onafhankelijkheid van andere landen).
Motie van het lid Van der Lee over schone technologie integraal onderdeel maken van de inzet van de taskforce en het industriebeleid
De kamer,
overwegende dat schone technologie, ook wel «cleantech», als groeimarkt
naast economisch, ook cruciaal is voor onze strategische autonomie;
verzoekt de regering schone technologie integraal onderdeel te maken
van de inzet van de taskforce en het industriebeleid, en hierop een
programma in te richten.
Argumenten voor: De partij streeft naar een economie die gebaseerd is op duurzaamheid en innovatie [4]. De overheid heeft de taak om burgers en ondernemers te ondersteunen zodat zij kunnen schakelen naar duurzame alternatieven [3]. Daarnaast wil de partij verduurzaming stimuleren via afspraken tussen overheid en bedrijfsleven [1] en door specifieke groene technologieën zoals groen gas te faciliteren [2].
Argumenten tegen: De partij is terughoudend met het wettelijk vastleggen van concrete CO2-reductiedoelen en waarschuwt tegen doorgeslagen maakbaarheidsdenken [3].
Bronnen:
"Overheid en bedrijfsleven maken afspraken in een langjarig, nationaal ondernemersakkoord over onder meer belastingklimaat, regeldruk, verduurzaming en financiering. De overheid committeert zich op haar beurt aan het aanpakken van knelpunten, zoals netcongestie, arbeidskrapte en infrastructuur."
"Het is goed dat er een bijmengverplichting voor groen gas komt, uitgezonderd de glastuinbouw. Mono-mestvergisting wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Dat mes snijdt aan veel kanten: reductie van ammoniak- én methaanuitstoot en productie van Hollands biogas."
"De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."
"Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen."