Bereikbaarheid voor economische groei

De regering moet fysieke mobiliteitsinfrastructuur (zoals wegen en spoorwegen) meenemen in de uitvoering van het rapport-Wennink. Betrouwbare verbindingen zijn namelijk nodig zodat bedrijven kunnen investeren en groeien.

Motie van de leden Vermeer en Jimmy Dijk over fysieke mobiliteitsinfrastructuur meenemen als strategische economische basisinfrastructuur bij de uitwerking van het rapport-Wennink

De kamer, constaterende dat het rapport-Wennink economische infrastructuur noemt als belangrijke randvoorwaarde voor toekomstig verdienvermogen; overwegende dat bereikbaarheid en betrouwbare verbindingen noodzakelijk zijn voor bedrijven om te kunnen investeren, produceren en groeien; verzoekt de regering fysieke mobiliteitsinfrastructuur concreet en expliciet mee te nemen als strategische economische basisinfrastructuur bij de uitvoering van het rapport-Wennink en bij de uitwerking van strategische economische clusters.
3 september | BBB, SP | Aangenomen: 78–72 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij vindt dat een visie vanuit de overheid over hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien onmisbaar is om keuzes te maken over welke industrieën een toekomst hebben [1].

Argumenten tegen: De partij wil dat de overheid stopt met het rapporteren van economische groei en de Monitor Brede Welvaart leidend maakt [4]. Daarnaast streeft de partij ernaar om welzijn los te koppelen van economische groei [2] en wil zij het uitbreiden van bepaalde infrastructuur stoppen [3].

Bronnen:

  1. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
  2. "We investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde en lage ecologische druk, zoals zorg, onderwijs, duurzame bouw, hernieuwbare energie en reparatiesectoren. Zo wordt welzijn niet afhankelijk van koopkracht of economische groei, maar gegarandeerd als basisrecht voor iedereen."
  3. "We stoppen direct met nieuwe concessies voor gas- en olievelden, schaffen investeringssubsidies af en stoppen met uitbreiding van fossiele infrastructuur, zoals LNG-terminals, in lijn met het Fossiele Brandstof Non-Proliferatieverdrag."
  4. "In plaats van het Bruto Binnenlands Product (BBP) maken we de Monitor Brede Welvaart leidend in beleid. De overheid stopt met rapporteren van economische groei. We voeren een verplichte generatietoets in om te garanderen dat overheidsbeleid ook rechtvaardig is voor toekomstige generaties. Nederland wordt zo snel mogelijk lid van het Wellbeing Economy Governments partnership."