De regering moet een jaar na de invoering van de Wet inroepbevoegdheid Autoriteit Consument & Markt een invoeringstoets uitvoeren. Hiermee wordt gecontroleerd of de wet onverwachte gevolgen heeft voor het bedrijfsleven en of de wet effectief voorkomt dat een klein aantal bedrijven te veel macht krijgt in de markt.
Motie van het lid Van der Lee over een invoeringstoets houden
De kamer,
overwegende dat met de inroepbevoegdheid er een nieuw instrument aan
het concentratietoezicht wordt toegevoegd;
van mening dat na invoering van die bevoegdheid onder andere
onderzocht dient te worden of er sprake is van onvoorziene gevolgen voor
het bedrijfsleven;
van mening dat voor zover dat mogelijk is ook de effectiviteit van de wet
met betrekking tot het voorkomen van ongewenste marktconcentraties
getoetst wordt;
verzoekt de regering een jaar na inwerkingtreding van de Wet inroepbevoegdheid Autoriteit Consument & Markt een invoeringstoets te houden.
Argumenten voor: De partij streeft naar efficiëntere, simpere en goedkopere wetgeving [1]. Zij vinden dat bij ingrijpende wijzigingen een uitvoeringstoets de standaard moet zijn [1] en dat het effect van wetgeving op het vestigingsklimaat in kaart gebracht moet worden [1].
Argumenten tegen: De fragmenten bevatten geen directe argumenten tegen de motie.
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."