Gelijke hulp in alle gemeenten

De regering moet landelijke regels maken voor de proactieve dienstverlening door gemeenten. Dit is hulp die je krijgt zonder dat je er eerst om hoeft te vragen. Nu bepaalt de woonplaats namelijk of iemand geholpen wordt, wat zorgt voor ongelijkheid tussen gemeenten.

Motie van het lid Edgar Mulder over het vaststellen van landelijke, objectieve en uniforme selectiecriteria voor proactieve dienstverlening

De kamer, constaterende dat gemeenten zelf bepalen hoe zij proactieve dienstverlening inzetten; overwegende dat hierdoor een postcodeloterij dreigt; verzoekt de regering landelijke, objectieve en uniforme selectiecriteria vast te stellen, zodat de woonplaats niet bepaalt of iemand wordt geholpen.
7 september | PVV | Verworpen: 46–104 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat de grote verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten worden verkleind en dat deze regelingen eenvoudiger worden [1]. Daarnaast wil de partij de kwaliteitsverschillen in de schuldhulpverlening tussen gemeenten aanpakken door minimumeisen vast te leggen in de wet [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat gemeenten de financiële middelen moeten hebben om lokaal toegespitst beleid te voeren [1] en dat zij meer beleidsruimte moeten krijgen om regie te kunnen nemen [3].

Bronnen:

  1. "Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."
  2. "De kwaliteitsverschillen van de schuldhulpverlening tussen gemeenten zijn groot, in sommige gevallen te groot. Er komt daarom een uitbreiding van het kwaliteitskader waarin minimumeisen worden vastgelegd. Dit wordt verankerd in de Wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. Mensen met schulden moeten sneller (en in een eerder stadium) geholpen worden met een duidelijk plan met perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het sociaal minimum wordt de absolute ondergrens voor beslagleggingen. Samen met de schuldhulpverlener wordt het beste instrument (bijvoorbeeld een saneringskrediet) gezocht dat mensen met schulden zo snel mogelijk rust en perspectief biedt."
  3. "Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."