Duidelijke regels voor digitale online opsporing

De regering moet duidelijke regels maken voor digitale observatie online. Het verschil tussen simpelweg meekijken en digitaal infiltreren (het binnendringen in accounts) is nu te vaag. Hierdoor is de politie te terughoudend om extremistische netwerken aan te pakken. Betere regels helpen de politie en beschermen de rechten van burgers.

Motie van het lid Martens-America over het uitwerken van een wettelijke afbakening van de verschillende vormen van digitale observatie in de context van online extremistische netwerken

De kamer, constaterende dat extremistische onlinenetwerken, zoals het Com-netwerk, opereren in afgeschermde onlineomgevingen die voortdurend van platform wisselen om opsporing te ontwijken, en daardoor structurele monitoring vereisen; constaterende dat de grens tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie in de praktijk niet altijd scherp is, en dat dit leidt tot terughoudendheid bij de politie; overwegende dat een explicieter wettelijk onderscheid tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie het handelingsvermogen van de politie vergroot en tegelijkertijd de rechtsbescherming borgt; verzoekt de regering in overleg met politie en OM een heldere wettelijke afbakening uit te werken tussen de verschillende vormen van digitale observatie in de context van online extremistische netwerken, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren.
8 september | VVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil online misdaad, terrorisme en extremisme effectief aanpakken [1][2][3][6]. De politie moet meer capaciteit krijgen om digitale criminaliteit aan te pakken [4], maar daarbij mag er geen inbreuk worden gemaakt op de privacy [4]. De partij zet in op gerichte digitale surveillance in plaats van massasurveillance [2] en wil dat mensenrechten en privacy worden beschermd [4][5].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten om tegen een duidelijker wettelijk kader te stemmen.

Bronnen:

  1. "Aanpak online misdaad en criminaliteit. Online criminaliteit moet als 'high impact crime' kunnen worden geclassificeerd en behandeld. Zo blijven online misdrijven niet ongestraft. De daders van online haat en bedreigingen, de verspreiders van wraakporno, van kindermisbruikmateriaal en cyberoplichting eerder opgespoord en effectief aangepakt."
  2. "Terrorismebestrijding via gerichte aanpak. Bij de bestrijding van terrorisme ligt de nadruk op het verzamelen van inlichtingen uit menselijke bronnen en gerichte digitale surveillance in plaats van op massasurveillance. De inlichtingenen veiligheidsdiensten zetten hun bevoegdheden gericht in. Toezichthouders houden hun bevoegdheden goed in de gaten en werken samen met andere toezichthouders in betrouwbare Europese landen."
  3. "Extremisme, fascisme en radicalisering. We investeren in het voorkomen van radicalisering en extremisme, in het bijzonder onder jongeren. Nederland voert een actieve strategie om de opkomst van radicaal-rechts en fascistische stromingen tegen te gaan. We investeren in antifascistische samenwerking met democratische maatschappelijke bewegingen en partners die opkomen voor mensenrechten en rechtsstaat. Daarbij pakken we antisemitisme, moslimhaat, racisme en lhbti+ en vrouwenhaat aan, zie hoofdstuk 'Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten'. We versterken signalering in het onderwijs, op sociale media en in de wijk. Jongeren die dreigen af te glijden, worden tijdig bereikt met hulp, perspectief en stevig tegenwicht. Veiligheid, weerbaarheid en preventie gaan hand in hand."
  4. "Landelijke aanpak cyberveiligheid. De politie krijgt meer capaciteit om criminaliteit in de digitale wereld aan te pakken, zonder inbreuk te doen aan het recht op privacy. De overheid investeert in cyberverdediging om onze vitale infrastructuur te beschermen tegen cyberaanvallen. Bij kritieke bedrijven en organisaties voeren we regelmatig simulaties en trainingen uit, om voorbereid te zijn op grootschalige cyberaanvallen, storingen en noodsituaties waarbij digitale functies uitvallen."
  5. "Effectieve handhaving en sterke toezichthouders. We beschermen onze privacy en mensenrechten door meer middelen en bevoegdheden voor de Autoriteit Persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en de algoritmetoezichthouder en faciliteren samenwerking met andere Europese toezichthouders."
  6. "Bestrijding desinformatie en maatschappelijke ondermijning. We richten een nationaal expertisecentrum op tegen desinformatie en beïnvloeding, dat media, scholen, overheid en burgers ondersteunt. Veiligheidsdiensten moeten beter toegerust zijn om desinformatie en ondermijning te herkennen en te bestrijden."