Duidelijke regels voor digitale online opsporing

De regering moet duidelijke regels maken voor digitale observatie online. Het verschil tussen simpelweg meekijken en digitaal infiltreren (het binnendringen in accounts) is nu te vaag. Hierdoor is de politie te terughoudend om extremistische netwerken aan te pakken. Betere regels helpen de politie en beschermen de rechten van burgers.

Motie van het lid Martens-America over het uitwerken van een wettelijke afbakening van de verschillende vormen van digitale observatie in de context van online extremistische netwerken

De kamer, constaterende dat extremistische onlinenetwerken, zoals het Com-netwerk, opereren in afgeschermde onlineomgevingen die voortdurend van platform wisselen om opsporing te ontwijken, en daardoor structurele monitoring vereisen; constaterende dat de grens tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie in de praktijk niet altijd scherp is, en dat dit leidt tot terughoudendheid bij de politie; overwegende dat een explicieter wettelijk onderscheid tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie het handelingsvermogen van de politie vergroot en tegelijkertijd de rechtsbescherming borgt; verzoekt de regering in overleg met politie en OM een heldere wettelijke afbakening uit te werken tussen de verschillende vormen van digitale observatie in de context van online extremistische netwerken, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren.
8 september | VVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat de politie over voldoende opsporingsbevoegdheden beschikt, zoals undercover meekijken in besloten online groepen [2]. Daarnaast is het van belang dat inlichtingendiensten beschikken over voldoende wettelijke bevoegdheden en dat de wetgeving toekomstbestendig wordt gemaakt om weerbaar te blijven tegen nieuwe dreigingen [3]. Ook wordt ingezet op strakkere handhaving tegen online radicalisering [1] en het benutten van de juridische ruimte om radicale organisaties te verbieden [4].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma gevonden die tegen een heldere wettelijke afbakening van digitale observatiebevoegdheden spreken.

Bronnen:

  1. "Versterken aanpak online radicalisering: Om te voorkomen dat jongeren online radicaliseren, wordt er strakker online gehandhaafd. Terroristische en andere strafbare content dient altijd binnen één uur na een bevel van de toezichthouder offline te zijn gehaald. Platforms die hier niet aan voldoen krijgen hogere boetes."
  2. "We investeren in de nationale politie: We breiden de uitrusting van gewelds- en verdedigingsmiddelen van de Mobiele Eenheid uit en zorgen ervoor dat de politie over voldoende opsporingsbevoegdheden beschikt, zoals het undercover mee kunnen kijken in (besloten) online groepen. Ook moeten we moderne ontwikkelingen die behulpzaam zijn bij de opsporing, zoals AI, zoveel mogelijk doorontwikkelen. De politie stelt een plan op voor behoud, werving en omscholing en intensiveert de samenwerking met boa's, private beveiligers, mbo's en hbo's om de werkdruk te verlagen en de instroom ook de komende jaren op peil te houden."
  3. "Toekomstbestendige inlichtingen- en veiligheidsdiensten: We moeten meer investeren in onze veiligheids- en inlichtingendiensten. Het is van belang dat onze diensten beschikken over voldoende wettelijke bevoegdheden. We maken de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten toekomstbestendig, zodat we weerbaar blijven tegen toekomstige en nu nog onbekende dreigingen. Er komt lichter toezicht voor operaties tegen buitenlandse dreigingen en voor het onderscheppen van militaire communicatie dan voor inlichtingenwerk waarbij onze eigen burgers in beeld zijn. Daarnaast verstevigen we de wettelijke grondslag waarmee inlichtingendiensten structureel informatie kunnen delen met private bedrijven en breiden we het personeelsbestand van de diensten fors uit."
  4. "We gaan radicalisering tegen: De opkomst van radicale politieke en religieuze stromingen vormt een bedreiging voor onze vrije samenleving. Stromingen als het politiek salafisme propageren een intolerant gedachtegoed dat haaks staat op onze democratische rechtsstaat. Maar ook streng conservatief christelijke organisaties vanuit de VS en organisaties rond het Kremlin ondermijnen hier onze vrijheid door een narratief te verspreiden tegen vrouwen- en homorechten. De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden. Organisaties die terrorisme verheerlijken worden verboden. Hetzelfde geldt voor het oproepen tot of goedpraten van schadelijke praktijken als genitale verminking. We onderzoeken of vrouwenhaat kan worden aangemerkt als extremisme, zoals recent in het VK is gebeurd."