De regering moet een aparte, kindgerichte route vastleggen in het nationale verwijzingsmechanisme voor slachtoffers. De bescherming van minderjarige slachtoffers mag namelijk niet afhangen van de bereidheid om aangifte te doen. Er is meer duidelijkheid nodig over de opvang, de school en de online hulpverlening.
Motie van het lid Boomsma c.s. over een afzonderlijke route voor minderjarige slachtoffers in het nationaal verwijzingsmechanisme
De kamer,
constaterende dat de Nationaal Rapporteur al jaren constateert dat er
nauwelijks zicht is op minderjarige slachtoffers;
constaterende dat het kabinet werkt aan een nationaal verwijzingsmechanisme op grond van de herziene EU-richtlijn en dat GRETA heeft aanbevolen daarin een aparte route voor kinderen op te nemen;
overwegende dat bescherming van een minderjarig slachtoffer niet
afhankelijk mag zijn van aangiftebereidheid of van de vraag of het kind
formeel als slachtoffer is geregistreerd;
verzoekt de regering binnen het nationaal verwijzingsmechanisme een
afzonderlijke, kindgerichte route voor minderjarige slachtoffers vast te
leggen, waarin is bepaald wie de regie heeft, wie over veiligheid en
opvang beslist en hoe schoolcontinuĂŻteit en nazorg worden geborgd, en
daarbij ook de aansluiting van vertrouwelijke online hulpverlening te
regelen.
8 september | JA21, CDA, CU | Aangenomen: 131–19 |
Argumenten voor: De partij stelt dat onderwijs veilig moet zijn en dat het slachtoffer niet de dupe mag worden van incidenten; het slachtoffer moet niet van school hoeven verhuizen, maar de dader moet hard worden aangepakt [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die een specifieke, kindgerichte route voor de bescherming van minderjarige slachtoffers tegenhouden.
Bronnen:
"Onderwijs moet veilig zijn. Pesten kan een kind voor altijd beschadigen. Pesters moeten daarom hard worden aangepakt: niet het slachtoffer moet van school, maar de pester."