Aparte route voor minderjarige slachtoffers

De regering moet een aparte, kindgerichte route vastleggen in het nationale verwijzingsmechanisme voor slachtoffers. De bescherming van minderjarige slachtoffers mag namelijk niet afhangen van de bereidheid om aangifte te doen. Er is meer duidelijkheid nodig over de opvang, de school en de online hulpverlening.

Motie van het lid Boomsma c.s. over een afzonderlijke route voor minderjarige slachtoffers in het nationaal verwijzingsmechanisme

De kamer, constaterende dat de Nationaal Rapporteur al jaren constateert dat er nauwelijks zicht is op minderjarige slachtoffers; constaterende dat het kabinet werkt aan een nationaal verwijzingsmechanisme op grond van de herziene EU-richtlijn en dat GRETA heeft aanbevolen daarin een aparte route voor kinderen op te nemen; overwegende dat bescherming van een minderjarig slachtoffer niet afhankelijk mag zijn van aangiftebereidheid of van de vraag of het kind formeel als slachtoffer is geregistreerd; verzoekt de regering binnen het nationaal verwijzingsmechanisme een afzonderlijke, kindgerichte route voor minderjarige slachtoffers vast te leggen, waarin is bepaald wie de regie heeft, wie over veiligheid en opvang beslist en hoe schoolcontinuĂŻteit en nazorg worden geborgd, en daarbij ook de aansluiting van vertrouwelijke online hulpverlening te regelen.
8 september | JA21, CDA, CU | Aangenomen: 131–19 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van voldoende goede hulp en deugdelijk toezicht op het kind wanneer ingrijpen noodzakelijk is [2]. Tevens wordt er ingezet op het versterken van de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp [1].

Argumenten tegen: Het programma geeft geen informatie die de partij tegen de motie zou laten stemmen.

Bronnen:

  1. "Er komt extra budget voor het versterken van de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp."
  2. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."