De regering moet samen met Rijkswaterstaat en de provincie Fryslân onderzoeken hoe de schelpenvisserij tussen 2026 en 2028 veilig kan doorgaan. Nu zorgen onzekere vergunningen ervoor dat vissers hun quotum niet kunnen gebruiken. Ook is de open Noordzee te gevaarlijk voor kleine schepen. De sector wil daarbij kwetsbare gebieden beschermen door slechts een deel van de toegestane hoeveelheid te vangen.
Motie van het lid Van der Plas over met spoed onderzoeken hoe de schelpenwinning gedurende de vergunningsperiode 2026-2028 kan worden voortgezet
De kamer,
constaterende dat drie gespecialiseerde familiebedrijven voor 2026–2028
over een winningsquotum beschikken, maar door onzekerheid over de
benodigde vergunningen feitelijk geen schelpen kunnen winnen;
overwegende dat uitwijken naar verder op de open Noordzee gelegen
winningsgebieden voor kleinschalige schelpenzuigers veiligheidsrisico’s
oplevert, omdat schepen daar niet op gemaakt zijn;
overwegende dat de sector heeft voorgesteld kwetsbare wingebieden
grotendeels te ontzien en slechts circa 25% van het vergunde quotum te
benutten;
verzoekt de regering samen met Rijkswaterstaat, de provincie Fryslân en
de sector met spoed te onderzoeken hoe de schelpenwinning binnen de
wettelijke, ecologische en maritieme veiligheidskaders gedurende de
vergunningsperiode 2026–2028 kan worden voortgezet, en daarbij het
voorstel van de sector te betrekken;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over de mogelijke oplossing,
het tijdpad en het toekomstperspectief voor de schelpenvisserij.
Argumenten voor: De partij wil de visserij afschalen [4] en hanteert het voorzorgsbeginsel waarbij alleen wordt gevist wat ecologisch verantwoord is [3]. De motie sluit hierbij aan omdat deze vraagt naar een voortzetting binnen ecologische kaders en het ontzien van kwetsbare gebieden [2], wat aansluit bij de wens om ecosystemen de kans te geven zich te herstellen [1].
Argumenten tegen: De partij wil dat de visserij drastisch wordt afgeschaald [4] en streeft naar meer beschermde zeereservaten waar geen plaats is voor visserij [5]. Een motie die gericht is op het voortzetten van de activiteiten zou in strijd kunnen zijn met het streven naar een totaalverbod op visserij in beschermde natuurgebieden [2].
Bronnen:
"Ecosystemen en vissoorten die er slecht aan toe zijn, krijgen de kans zich te herstellen. Voor de kwetsbaarste soorten zoals paling, kabeljauw en tonijn wordt onmiddellijk een vangstverbod ingesteld."
"Er komt een totaalverbod op visserij en andere schadelijke activiteiten in beschermde natuurgebieden."
"Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat we niet meer vissen vangen dan onafhankelijke ecologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, wordt er niet gevist."
"De visserij wordt afgeschaald. De overbevissing van Europese wateren stopt."
"Er komen meer beschermde zeereservaten. Hier is geen plaats voor visserij, gaswinning of andere schadelijke activiteiten, zodat vissen en de zeebodem kunnen herstellen. Gebieden als het Friese Front, Natuurpark Oosterschelde en de Centrale Oestergronden krijgen volledige bescherming."