De regering moet bij nieuwe regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling een toelichting geven. Hierin moeten de gevolgen voor de woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur en vergunningverlening staan. Zo krijgt de Kamer tijdig inzicht in de uitvoering van de Europese Richtlijn luchtkwaliteit.
Motie van het lid Russcher over een toelichting op de gemaakte implementatiekeuzes bij de voorhang van de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling
De kamer,
constaterende dat de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit
leefomgeving en de Omgevingsregeling ter uitvoering van de herziene
Richtlijn luchtkwaliteit via de gebruikelijke voorhangprocedure aan de
Kamer zullen worden voorgelegd;
overwegende dat de Kamer ook bij implementatie van Europese regelgeving tijdig moet kunnen kennisnemen van de nationale uitwerking
daarvan;
verzoekt de regering om bij de voorhang van de beleidsrijke wijzigingen
van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling ter
implementatie van de herziene Richtlijn luchtkwaliteit een toelichting te
voegen op de gemaakte implementatiekeuzes en de gevolgen daarvan
voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur en vergunningverlening.
Argumenten voor: De partij benadrukt dat de implementatie van Europese regelingen proactief en verstandig moet gebeuren om onnodige regeldruk en onduidelijkheid voor het bedrijfsleven te voorkomen [1]. Daarnaast is het voor de partij essentieel dat wetgeving werkbaar is en 'handelingsperspectief' biedt [2]. Ook vindt de partij dat de overheid door het stellen van duidelijke normen en handhaving sociale grondrechten op het gebied van het leefmilieu moet waarborgen [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen een toelichting op de implementatiekeuzes van de regering.
Bronnen:
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."