De regering moet extra maatregelen nemen om de luchtkwaliteitsdoelen van 2030 te halen. Het huidige beleid haalt deze doelen niet. Nederland overtreedt in 2030 de regels en de gezondheid van mensen wordt minder goed beschermd.
Motie van het lid Zalinyan over aanvullende maatregelen om de luchtkwaliteitsdoelen van 2030 te halen
De kamer,
overwegende dat met het huidige beleid de voorgeschreven luchtkwaliteitsdoelen van 2030 niet worden gehaald;
overwegende dat Nederland daarmee per 2030 acuut in overtreding is,
ruimtelijke plannen in de problemen kunnen komen en potentiële
gezondheidswinst niet wordt gerealiseerd;
verzoekt de regering met een pakket aanvullende en niet-vrijblijvende
generieke en lokale maatregelen te komen die zorg dragen voor het tijdig
halen van de doelen.
Argumenten voor: De partij streeft naar een 'forse vermindering van de stikstofuitstoot' om weer ruimte te creëren voor vergunningverlening [4]. Zij pleiten voor 'concrete, generieke stikstofreductie' en een 'gebiedsgerichte aanpak' om de stikstofproblematiek effectief aan te pakken [1]. Bovendien is volgens de partij het boeken van 'concrete resultaten' noodzakelijk om de onzekerheid voor boeren en de stagnatie in de bouw en infrastructuur te voorkomen [3]. Daarnaast ziet de partij een proactieve rol voor de overheid bij het realiseren van emissiereductie [6].
Argumenten tegen: De partij streeft naar werkbare wet- en regelgeving [2] en zet zich in tegen ''regelzucht' [5]. Er is een risico dat aanvullende, niet-vrijblijvende maatregelen leiden tot extra regels en procedures, terwijl de partij juist streeft naar efficiëntere, simpelere en goedkopere wetgeving [5].
Bronnen:
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
"Alle seinen op groen voor groei: we verlagen de energiekosten en we gaan het elektriciteitsnet versneld uitbreiden. We zorgen voor een forse vermindering van de stikstofuitstoot, zodat er weer ruimte komt voor vergunningverlening. En we investeren in onze infrastructuur, zodat we nieuwe wegen kunnen aanleggen en bestaande wegen goed kunnen onderhouden."
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"We investeren in tijdige realisatie van CO2-opslag en zetten in op CO2-afvang, -verwijdering en -hergebruik: Voor de transitie naar een weerbare en schone industrie is opvang en hergebruik van CO2 cruciaal. Daarom moeten CO2-opslagprojecten tijdig worden gerealiseerd. De overheid neemt hierin een proactieve rol. Ook gaan we aan de slag met het verwijderen van CO2 uit de lucht en zetten we in op hergebruik van afgevangen CO2. Dit is bijvoorbeeld cruciaal voor de glastuinbouw om te kunnen verduurzamen. We staan open voor het kopen van koolstofrechten buiten de EU en willen voortvarend aan de slag met het opzetten van een internationale koolstofmarkt. Tot slot zetten we in op het realiseren van negatieve emissies bij elektriciteitscentrales."