Nieuwe regels voor vrijwillige duikers

De regering moet een tijdelijke regeling treffen voor vrijwillige duikers. De huidige regels voor veiligheid passen niet bij taken zoals archeologisch onderzoek of het opruimen van spooknetten. Hierdoor stopt waardevolle hulp. De ministers van OCW en SZW moeten daarom een nieuwe categorie in de arboregelgeving maken.

Motie van het lid Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel voor specialistische vrijwillige duikers

De kamer, constaterende dat vrijwillige duikers zich inzetten voor maritieme archeologie, het opsporen van vermisten en het opruimen van spooknetten; constaterende dat de huidige arboregelgeving niet aansluit bij deze specialistische vorm van vrijwillige inzet, waardoor waardevolle maatschappelijke bijdragen verloren dreigen te gaan; constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft aangegeven actief te controleren op overtredingen, waardoor bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geen ontheffingen meer aangevraagd zullen worden; verzoekt de regering op korte termijn een tijdelijke gedoogmaatregel te treffen, zodat deze vrijwilligers hun werkzaamheden op verantwoorde wijze kunnen blijven uitvoeren zolang de regelgeving nog niet is aangepast; verzoekt de Minister van OCW in gesprek te gaan met de Minister van SZW om voor deze vrijwillige duikers een aparte categorie binnen de arboregelgeving te bespreken, met passende veiligheidseisen die aansluiten bij de aard en de risico’s van hun specialistische werkzaamheden, en de Kamer hierover te informeren.
10 september | BBB | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de overheid mensen die zich inzetten als vrijwilliger moet helpen in plaats van hen in de weg te zitten [6]. Vrijwilligers zijn essentieel voor het functioneren van instanties [1] en de partij wil de inzet van lokale vrijwilligerskorpsen stimuleren [5]. Daarnaast pleit de partij voor werkbare wet- en regelgeving waarbij mensen die te goeder trouw handelen kunnen worden gelegaliseerd [3] en voor het verminderen van bureaucratische rompslomp en ondoordachte wetgeving [2][4].

Argumenten tegen: De partij levert geen argumenten aan die tegen de ondersteuning van vrijwilligers of tegen het vereenvoudigen van regelgeving ingaan.

Bronnen:

  1. "Trots op onze politie, boa's en brandweer: We zijn trots op alle mensen die zich inzetten voor onze veiligheid. Het is belangrijk dat de politie over de mensen en juiste middelen beschikt om haar werk te doen. We willen sneller regelen dat gekwalificeerde en bekwame boa's en boswachters in het buitengebied aanvragen kunnen doen om te beschikken over verdedigingsmiddelen. Ons brandweerkorps bestaat voor een groot deel uit vrijwilligers. Mannen en vrouwen die zich naast hun normale baan inzetten voor onze veiligheid. Zonder vrijwilligers kan de brandweer niet functioneren. We zullen ons daarom maximaal blijven inzetten om de huidige vrijwilligers te behouden en nieuwe te werven."
  2. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  3. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  4. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
  5. "We willen dat mensen zich meer betrokken voelen bij de veiligheid van hun eigen buurt of stad: Daarom stimuleren we gemeenten om inwoners uit te nodigen voor deelname aan lokale vrijwilligerskorpsen. Deze vrijwilligers krijgen een degelijke opleiding, zodat ze in noodsituaties zoals grootschalige stroomstoringen, overstromingen of andere crises, de hulpdiensten met praktische taken kunnen ondersteunen. Zo versterken we niet alleen de paraatheid in wijken en dorpen, maar ook het gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid."
  6. "De ingrediënten zijn er. Nederland mag trots zijn op de vele ambtenaren met vakkennis. We hebben een sterke economie en prachtige bedrijven. Een groot deel van Nederland is vrijwilliger of mantelzorger of helpt op talloze andere manieren de samenleving vooruit. Het is nu aan de politiek en overheid zelf om scherpe keuzes te maken en politieke wil te tonen, zodat de overheid deze mensen helpt, en niet in de weg zit."