Digitale oorlogsarchieven voor scholen

De regering moet zorgen dat digitale oorlogsarchieven goed bruikbaar zijn voor scholen en docenten. Door originele documenten zoals foto's en brieven toegankelijk te maken met de juiste uitleg, begrijpen nieuwe generaties wat de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust betekenden. Zo blijft de geschiedenis levend.

Motie van de leden Heera Dijk en Van der Maas over zorgen dat digitaal beschikbare oorlogsarchieven goed bruikbaar worden voor scholen en docenten

De kamer, constaterende dat met deze wet belangrijke oorlogsarchieven, waaronder het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, digitaal toegankelijk kunnen worden gemaakt; overwegende dat deze archieven geschiedenis dichtbij brengen door de verhalen van mensen die haar hebben meegemaakt; overwegende dat originele archiefstukken brieven, foto’s, getuigenverklaringen en processtukken leerlingen kunnen laten zien wat oorlog, vervolging en uitsluiting in het leven van mensen hebben betekend; overwegende dat we de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust alleen levend houden als ook nieuwe generaties deze verhalen blijven kennen en begrijpen; verzoekt de regering om, in aansluiting op het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, samen met archiefinstellingen, kennisinstellingen en het onderwijsveld te zorgen dat digitaal beschikbare oorlogsarchieven goed bruikbaar worden voor scholen en docenten, onder meer door historische bronnen toegankelijk te maken met goede context, uitleg en educatief materiaal.
10 september | D66, VVD | Aangenomen: 136–14 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil in het onderwijs meer aandacht besteden aan de gevolgen van antisemitisme en de Holocaust [1]. Ze willen middelen vrijmaken voor initiatieven zoals het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie [1] en streven naar inclusiever lesmateriaal [1]. Bovendien is het behoud van cultureel erfgoed voor toekomstige generaties belangrijk voor de partij [2] en pleiten zij ervoor dat digitaal cultureel erfgoed in het publieke domein beschikbaar komt [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "Discriminatie bestrijden. I n het onderwijs besteden we meer aandacht aan de gevolgen van discriminatie, LHBTIQA+haat, antisemitisme, moslimdiscriminatie, discriminatie van nieuwkomers en uitsluiting. We waarborgen aandacht voor onder andere het koloniale verleden, slavernij, de Holocaust, de Joodse cultuur, de diverse LHBTIQA+gemeenschap en de verrijking van onze cultuur door nieuwkomers. We maken middelen vrij voor initiatieven die zich inzetten voor meer bewustwording, zoals het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, projecten tegen moslimhaat, het programma Internationaal decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst en programma's gericht op het versterken van de regenbooggemeenschap. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) en de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) zetten hun belangrijke werk voort, waarbij de NCDR expliciet de opdracht krijgt om ook te focussen op de lhbti+ gemeenschap. Lesmateriaal moet inclusiever en qua representatie meer recht doen aan de huidige diverse samenleving."
  2. "We behouden ons cultureel erfgoed voor toekomstige generaties. Ons culturele geheugen staat onder druk. We investeren in restauratie, verduurzaming en behoud van monumenten, historische gebouwen en archeologische vindplaatsen. Wij garanderen het voortbestaan van Nederlandse topinstellingen in de culturele sector, waaronder de symfonische orkesten."
  3. "Duurzame techniek. De digitale samenleving verbruikt veel grondstoffen en stoot steeds meer CO₂ uit. We sturen als overheid op circulariteit en efficiëntie. Wie hardware of media zoals films en videogames aanschaft, moet erop vertrouwen dat het blijvend bruikbaar is. We zetten ons in voor Europese regelgeving die gestandaardiseerde, modulaire en repareerbare hardware stimuleert en het kunnen blijven gebruiken van techniek bevordert. We pleiten ervoor om software op te nemen in de Europese richtlijn verweesde werken, zodat ook digitaal cultureel erfgoed in het publieke domein terecht komt als het niet langer wordt ondersteund of aanzienlijk verouderd is ('abandonware')."