Herstel van de CO2-heffing voor grote bedrijven

Het kabinet moet de CO2-heffing voor grote uitstoters herstellen. Dit zorgt voor een eerlijkere verdeling van lasten tussen bedrijven en burgers. Ook is het goed voor de gezondheid van omwonenden, zoals kinderen en ouderen.

Motie van het lid Teunissen over de CO,-heffing voor grote uitstoters in ere herstellen

De kamer, constaterende dat de CO2-heffing voor grote uitstoters was bedoeld om de uitstoot terug te dringen en jaarlijks bijna een kwart miljard euro zou opleveren; overwegende dat dit ook de gezondheid van omwonenden, in het bijzonder kinderen en ouderen, ten goede komt; constaterende dat het kabinet deze heffing afschaft, en tegelijk wil bezuinigen op sociale zekerheid en zorg; verzoekt het kabinet de CO2-heffing voor grote uitstoters in ere te herstellen, om zo te komen tot een eerlijkere verdeling van lasten tussen bedrijven en burgers.
17 september | PvdD | Verworpen: 30–120 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de nationale CO2-heffing als instrument moet blijven bestaan [1]. Zij pleiten voor een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling [2] en willen dat de werkelijke kosten van producten worden meegerekend [3]. Daarnaast steunen zij een ambitieus klimaatbeleid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen [4][5][6].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die de herinstelling van de CO2-heffing tegenspreken.

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "We werken toe naar een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling. Daarbij houden we rekening met al bestaande Europese beprijzingsmechanismen. Op vliegtuigbrandstof en -tickets moet na de benodigde verdragswijziging accijns of btw betaald worden. Ook verhogen we de vliegbelasting. Andere fiscale voordelen die leiden tot extra broeikasgasemissies, ook wel fossiele subsidies genoemd, schaffen we af. Milieuvervuiling gaat steviger belast worden, bijvoorbeeld met een NOx-heffing. We belonen duurzamere productie door het invoeren van een belasting op vervuilende verpakkingen. We gaan grond- en leidingwater beter belasten. Accijnzen op tabak en alcohol gaan verder omhoog. Op suiker en andere ongezonde producten worden heffingen ingevoerd om voedselproducenten te stimuleren gezondere producten te maken. We introduceren een verbruiksbelasting op e-sigaretten en verhogen de kansspelbelasting."
  3. "Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."
  4. "Het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid. We nemen onze verantwoordelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en maken Nederland weerbaar tegen extreme weersomstandigheden. Tegelijkertijd kiezen we voor een ruimtelijke ordening waarin water en bodem sturend zijn. Zo gaan we verstandig om met de ruimte die we hebben en is er toekomst voor natuur, landbouw, wonen en energie."
  5. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
  6. "Maar de schepping zucht. De leefomgeving raakt vervuild. Diersoorten sterven uit. Het klimaat warmt op. Hele ecosystemen dreigen te verdwijnen. De mens buit de schepping uit, terwijl we een opdracht hebben haar te beheren en goed te verzorgen. De zelfzucht van de mens moet daarom beheerst worden. De grenzen van de schepping zijn ónze grenzen. Dat vraagt om ambitieus natuur-, milieu-, en klimaatbeleid. De ChristenUnie kiest voor een koers van herstel."