De regering moet de rekenkundige ondergrens van 1 mol per hectare per jaar uiterlijk in oktober 2026 invoeren in AERIUS (het rekenprogramma voor stikstof). Het kabinet wilde deze grens pas eind 2027 invoeren, maar de invoering moet eerder gebeuren.
Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over uiterlijk bij de actualisatie van AERIUS in oktober 2026 een rekenkundige ondergrens van 1 mol per hectare per jaar doorvoeren
De kamer,
constaterende dat het kabinet de invoering van een rekenkundige
ondergrens pas eind 2027 voorziet;
verzoekt de regering om uiterlijk bij de actualisatie van AERIUS in oktober
2026 een rekenkundige ondergrens van 1 mol per hectare per jaar door te
voeren.
Argumenten voor: De partij wil de stikstofproblematiek oplossen door middel van duidelijke wetgeving [2] en het vastleggen van bindende, bedrijfsspecifieke doelen en emissieplafonds [1]. Daarnaast streeft de partij naar een balans tussen de sector en de omgeving door middel van onderbouwde normen [3].
Argumenten tegen: De partij wil juist af van de complexe techniek van het Aerius-model en het sturen op neerslag (depositie) [4398, 3966]. De partij geeft de voorkeur aan sturen op emissies in plaats van op de technische depositiegegevens [4398, 3966].
Bronnen:
"De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"