Stopzetten van de wettelijke gve-norm

De regering moet de wettelijke gve-norm schrappen. Deze norm (de hoeveelheid voeding per hectare grond) is niet eerlijk voor alle regio's en bedrijven. Daarnaast zorgt de extra vraag naar grond voor een tekort en hogere prijzen op de markt.

Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over de invoering van een wettelijke GVE-norm uit het maatregelenpakket schrappen

De kamer, constaterende dat het kabinet een landelijke grondgebondenheidsnorm van 2,6 gve per hectare wil invoeren, en in sommige gebieden mogelijk een strengere; overwegende dat een generieke gve-norm geen recht doet aan verschillen tussen gebieden en aan de daadwerkelijke prestaties van individuele bedrijven, en de liquiditeit ondermijnt; overwegende dat alle opgaven die de overheid initieert waarbij extra grond nodig is, de totale grondbehoefte in Nederland vergroten, terwijl er nu al een enorm tekort is en dit een prijsopdrijvend effect sorteert en de markt ontregelt; verzoekt de regering de invoering van een wettelijke gve-norm uit het maatregelenpakket te schrappen.
17 september | BBB | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft naar doelsturing in plaats van middelvoorschriften [3] en wil dat ondernemers en boeren meer de ruimte krijgen om op basis van hun vakmanschap keuzes te maken [3].

Argumenten tegen: De partij wil juist een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en de bijbehorende grond per bedrijf [1]. Bovendien stelt de partij expliciet dat grondgebondenheid in de melkveehouderij een randvoorwaarde is die zij na decennia van discussie eindelijk wettelijk gaat vastleggen [2].

Bronnen:

  1. "De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"
  2. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  3. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."