De regering moet de wettelijke gve-norm schrappen. Deze norm (de hoeveelheid voeding per hectare grond) is niet eerlijk voor alle regio's en bedrijven. Daarnaast zorgt de extra vraag naar grond voor een tekort en hogere prijzen op de markt.
Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over de invoering van een wettelijke GVE-norm uit het maatregelenpakket schrappen
De kamer,
constaterende dat het kabinet een landelijke grondgebondenheidsnorm
van 2,6 gve per hectare wil invoeren, en in sommige gebieden mogelijk
een strengere;
overwegende dat een generieke gve-norm geen recht doet aan verschillen
tussen gebieden en aan de daadwerkelijke prestaties van individuele
bedrijven, en de liquiditeit ondermijnt;
overwegende dat alle opgaven die de overheid initieert waarbij extra
grond nodig is, de totale grondbehoefte in Nederland vergroten, terwijl er
nu al een enorm tekort is en dit een prijsopdrijvend effect sorteert en de
markt ontregelt;
verzoekt de regering de invoering van een wettelijke gve-norm uit het
maatregelenpakket te schrappen.
Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid regie moet voeren en dat er per gebied met betrokkenen keuzes gemaakt moeten worden om de leefomgeving en de natuur te versterken [3].
Argumenten tegen: D66 wil dat de economie binnen de grenzen blijft van wat de natuur kan dragen [2] en hanteert het principe 'water en bodem sturend', wat inhoudt dat er niet meer vee gehouden mag worden dan de natuurlijke omgeving aankan [1]. Bovendien wordt een krimp van de veestel beschouwd als een logisch gevolg van de noodzakelijke natuur- en milieuopgaven [4].
Bronnen:
"Om te bepalen wat we waar doen, hanteren we het principe van 'water en bodem sturend'. Dat betekent bijvoorbeeld dat we bouwen op hogere grond als er overstromingsgevaar is. En dat we niet meer vee houden dan de natuurlijke omgeving aankan. Zo voorkomen we dat op termijn dure aanpassingen nodig zijn door klimaatverandering en natuurverlies. Ook maken we zo het best gebruik van de eigenschappen van verschillende regio's voor de activiteiten die we daar doen."
"D66 blijft gecommitteerd aan halvering van de stikstofuitstoot in 2030 en het halen van de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water in 2027. Zo bouwen we aan een economie die binnen de grenzen blijft van wat de natuur kan dragen. Schone lucht, gezond water, een vruchtbare bodem en biodiversiteit zijn onmisbaar voor een leefbare toekomst voor de landbouw, voor mensen en voor de natuur."
"In ons dichtbevolkte land kan niet alles en zeker niet alles tegelijk. We moeten dus keuzes maken. D66 kiest voor wat goed is voor de generaties na ons en niet langer alleen voor wat economisch het meest oplevert op korte termijn. Voor zo'n aanpak is regie en kracht in de uitvoering van beleid nodig. D66 wil dat de overheid, Rijk samen met provincies en gemeenten, die regie weer actief voeren. Per gebied spreken we met inwoners en betrokkenen over de keuzes die nodig zijn en over hoe die keuzes met elkaar samenhangen. Denk aan keuzes om de krapte op de woningmarkt aan te pakken, de leefomgeving beter in te richten op het veranderende klimaat, de natuur te versterken en de overbelasting van het stroomnet op te lossen. Samen vinden we oplossingen die bijdragen aan een leefbaar en groen Nederland. En door goede samenwerking kunnen verstedelijking, verduurzaming van de landbouw, versterking van de natuur, de energietransitie en klimaatadaptatie elkaar juist versterken."
"Boeren krijgen een eerlijke beloning voor hun bijdrage aan de natuur en het landschap. We versterken hun verdienmodellen. Korte ketens tussen boeren en consumenten, reële grondprijzen en samenwerking in de regio maken dat mogelijk. Krimp van de veestapel is een logisch gevolg van al deze opgaven."