Stopzetten van de wettelijke gve-norm

De regering moet de wettelijke gve-norm schrappen. Deze norm (de hoeveelheid voeding per hectare grond) is niet eerlijk voor alle regio's en bedrijven. Daarnaast zorgt de extra vraag naar grond voor een tekort en hogere prijzen op de markt.

Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over de invoering van een wettelijke GVE-norm uit het maatregelenpakket schrappen

De kamer, constaterende dat het kabinet een landelijke grondgebondenheidsnorm van 2,6 gve per hectare wil invoeren, en in sommige gebieden mogelijk een strengere; overwegende dat een generieke gve-norm geen recht doet aan verschillen tussen gebieden en aan de daadwerkelijke prestaties van individuele bedrijven, en de liquiditeit ondermijnt; overwegende dat alle opgaven die de overheid initieert waarbij extra grond nodig is, de totale grondbehoefte in Nederland vergroten, terwijl er nu al een enorm tekort is en dit een prijsopdrijvend effect sorteert en de markt ontregelt; verzoekt de regering de invoering van een wettelijke gve-norm uit het maatregelenpakket te schrappen.
17 september | BBB | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een landschapskader dat duidelijkheid biedt over welk type landbouw in welke gebieden plaatsvindt [1]. Daarnaast pleit de partij voor maatwerk door normen op gebiedsniveau vast te stellen [5], wat aansluit bij de gedachte dat een generieke norm geen recht doet aan regionale verschillen.

Argumenten tegen: De partij wil dat Nederland zich strikt houdt aan Europese richtlijnen voor stikstof- en nitraatemissies [3] en wil voorkomen dat investeringen leiden tot verdere intensivering van de veehouderij [2]. Tevens wil de partij de melkveehouderij transformeren naar meer grond per dier [4], een doel dat ondersteund wordt door regulering.

Bronnen:

  1. "In de nieuwe Nota Ruimte moet het kabinet duidelijke keuzes neerleggen over waar we in Nederland ruimte maken voor landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt hierin de hoofdrol. Er komt een landschapskader dat boeren duidelijkheid biedt, door in kaart te brengen welk type landbouw in welke gebieden plaatsvindt: van zones voor duurzame, hoog-efficiënte landbouw tot gebieden die geschikter zijn voor meer extensieve, natuurinclusieve landbouw."
  2. "De intensieve veehouderij past niet in een milieu- en diervriendelijke landbouw. Verschillende Europese landen hebben veel strengere normen voor het te houden aantal dieren dan Nederland. Volt wil een verbod op megastallen. Daarnaast wil Volt voorkomen dat investeringen in technologie leiden tot verdere intensivering van de veehouderij. Volt ziet wel dat een zekere mate van intensivering op Europese schaal bijdraagt aan een duurzamere landbouw. Slimme, ecologisch verantwoorde intensivering biedt kansen voor een efficiënter gebruik van grondstoffen en water en stimuleert innovatie door schaalvoordelen. Agrariërs met een lage veebezetting per hectare willen we de ruimte geven om hun bedrijf uit te breiden. Deze benadering mag echter niet leiden tot verdere afhankelijkheid van monoculturen of uitputting van ecosystemen. De focus ligt op het ontwikkelen van veerkrachtige, duurzame voedselsystemen die recht doen aan zowel ecologische grenzen als economische realiteit."
  3. "Nederland moet zich zo snel mogelijk gaat houden aan bestaande Europese richtlijnen wat betreft stikstof- en nitraatemissies, de Vogel- en de Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Natuurherstelwet. We willen boeren helpen te innoveren, te diversificeren, te extensiveren, of desnoods te stoppen. We willen tevens door regionale samenwerking over grenzen, voorkomen dat bedrijven zich aan de andere kant van de grens naast dezelfde natuurgebieden vestigen."
  4. "We veranderen de melkveehouderij naar meer grond per dier en vaker in de weides in de veenweidegebieden, waardoor de uitstoot ook afneemt."
  5. "Volt pleit voor structurele oplossingen. De stikstofuitstoot moet omlaag. De Adviescommissie Stifstofproblematiek heeft concrete instrumenten aangedragen, zoals maatwerk door op gebiedsniveau normen vast te stellen en een de Afrekenbare StoffenBalans in te voeren. Dit geeft duidelijkheid aan boeren over de te behalen doelen op bedrijfsniveau en geeft hen de mogelijkheid om zelf te beslissen op welke manier zij deze doelen kunnen behalen."