Stopzetten van de wettelijke gve-norm

De regering moet de wettelijke gve-norm schrappen. Deze norm (de hoeveelheid voeding per hectare grond) is niet eerlijk voor alle regio's en bedrijven. Daarnaast zorgt de extra vraag naar grond voor een tekort en hogere prijzen op de markt.

Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over de invoering van een wettelijke GVE-norm uit het maatregelenpakket schrappen

De kamer, constaterende dat het kabinet een landelijke grondgebondenheidsnorm van 2,6 gve per hectare wil invoeren, en in sommige gebieden mogelijk een strengere; overwegende dat een generieke gve-norm geen recht doet aan verschillen tussen gebieden en aan de daadwerkelijke prestaties van individuele bedrijven, en de liquiditeit ondermijnt; overwegende dat alle opgaven die de overheid initieert waarbij extra grond nodig is, de totale grondbehoefte in Nederland vergroten, terwijl er nu al een enorm tekort is en dit een prijsopdrijvend effect sorteert en de markt ontregelt; verzoekt de regering de invoering van een wettelijke gve-norm uit het maatregelenpakket te schrappen.
17 september | BBB | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: Het programma bevat geen argumenten om de gve-norm te schrappen.

Argumenten tegen: De partij streeft naar een krimp van de veehouderij met 75% [5][6] om de stikstofcrisis op te lossen [5] en ruimte te creëren voor natuur en woningbouw [1][2][5][3][7]. De huidige omvang van de veehouderij wordt als onhoudbaar beschouwd [2] en het gebruik van grond voor veevoer wordt gezien als een verspilling van schaarse ruimte [4][7].

Bronnen:

  1. "Ieder mens heeft recht op een dak boven het hoofd. Het is niet voor niets een grondrecht. Maar voor veel mensen in Nederland is dat moeilijk of zelfs onmogelijk. Door rampzalige politieke keuzes zijn er te weinig huizen, zijn woningcorporaties uitgekleed en hebben private investeerders ruim baan. Dat is nergens voor nodig. Er is ruimte genoeg, alleen wordt de helft van Nederland bezet door de veehouderij. Door de schadelijke stikstofverbindingen die deze sector uitstoot, kan er amper nog gebouwd worden. Als we veehouders helpen overstappen naar plantaardige landbouw, winnen we op alle fronten. Minder dierenleed, meer gezonde natuur en meer ruimte voor nieuwe, duurzame woningen."
  2. "Slechts 7% van het Nederlandse grondoppervlak wordt ingenomen door woningen, bijna de helft door de veehouderij. Dat is onhoudbaar. Door boeren te helpen overschakelen naar plantaardige landbouw komt er veel grond vrij die we veel beter kunnen verdelen. Verreweg het grootste deel daarvan zetten we om naar natuur zodat de biodiversiteit kan herstellen. Zo ontstaat ruimte voor woningen aan de rand van bestaande woonkernen, zonder dat dit ten koste gaat van leefbaarheid, landschaps- en cultuurhistorie en de natuur. Op die manier kunnen meer mensen wonen in een groene omgeving en lossen we het woningtekort op. De bebouwde omgeving moet daarnaast slimmer, duurzamer en eerlijker worden benut."
  3. "Wij vinden: liever een dak boven je hoofd dan een biefstuk op je bord. Er is in Nederland voldoende ruimte om te zorgen voor comfortabele en betaalbare woningen in een prettige, groene leefomgeving. Door een krimp van het aantal dieren in de veehouderij komt er landbouwgrond vrij voor natuur en woningbouw."
  4. "De veehouderij vraagt daarvoor enorm veel ruimte: bijna de helft van Nederland wordt gebruikt voor de productie van veevoer, terwijl de grond zo schaars is in Nederland. Dat is alleen al vanuit ruimtegebruik een slechte keuze. Dit staat nog los van het ruimtegebruik in andere werelddelen voor het veevoer dat we importeren."
  5. "We maken ruimte voor woningen. Door te kiezen voor een krimp met 75% van het aantal dieren dat wordt gefokt en gedood in de veehouderij wordt de stikstofcrisis opgelost, komt er veel landbouwgrond en agrarische bebouwing vrij. Naast herstel van de natuur ontstaat zo ruimte voor woningen."
  6. "Het totale aantal dieren dat in de Nederlandse veehouderij wordt gefokt en gedood krimpt met minstens 75% in de komende twee jaar. Biologisch geteelde plantaardige eiwitgewassen voor menselijke consumptie hebben de toekomst, zoals bonen, linzen, lupinen, erwten en soja; de bodem knapt er zichtbaar van op en voor boeren bieden ze een duurzaam perspectief. De omschakeling naar deze teelten wordt volop gestimuleerd en gefaciliteerd."
  7. "Een ander voedselsysteem vraagt om een andere landbouw, en de moed om te stoppen met wat niet (meer) kan. Het vastgelopen landbouwmodel is gebaseerd op het misverstand dat het gebruik van dieren zou zorgen voor meer voedsel. Dat klopt niet. De veehouderij is geen voedselproducent, maar juist een voedselverspiller. Wie dieren fokt voor voedsel, zal er immers voor moeten zorgen dat die dieren gevoerd worden. Dat kost veel meer voedsel dan het oplevert in de vorm van vlees, eieren, vis en zuivel. Ruim 70% van het Europese landbouwareaal wordt momenteel gebruikt voor het houden van dieren of het produceren van veevoer en biobrandstoffen. Wanneer we de landbouwgrond die nu gebruikt wordt om dieren vet te mesten of uit te melken, gebruiken om voedsel te telen voor mensen, kunnen we iedereen voeden én houden we grond over om terug te geven aan de natuur, maar ook voor woningbouw. Daarmee lossen we alle (milieu)problemen die gepaard gaan met veehouderij, zoals de stikstofen klimaatcrisis, in één klap op. De eerste cruciale keuze voor een houdbaar voedselsysteem is dus: we bevrijden de dieren uit de voedselketen en nemen afscheid van de vee-industrie."