Adviesorganen halveren en subsidies beperken

De regering moet het aantal adviesorganen halveren. Een kleinere overheid is efficiënter, goedkoper en zorgt voor een betere afspiegeling van de samenleving. Ook mogen subsidies alleen nog naar maatschappelijke organisaties als zij minstens 25% van hun geld van buiten de overheid krijgen.

Motie van het lid Keijzer over de Kamer informeren over maatregelen die leiden tot een kleinere overheid met meer doelmatigheid, lagere kosten en een betere democratische afspiegeling

De kamer, constaterende dat het aantal rijksambtenaren in tien jaar is gegroeid, terwijl daarnaast honderden adviesorganen, commissies en (belangen)organisaties zijn ontstaan die met belastinggeld de overheid adviseren, beïnvloeden en oproepen tot meer beleid, meer regels en meer subsidies; overwegende dat een kleinere overheid leidt tot meer doelmatigheid, lagere kosten en een betere democratische afspiegeling is; verzoekt de regering: – de Kamer te informeren over de gevolgen van een vacaturestop; – adviescolleges, commissies, regeringscommissarissen en vergelijkbare adviesstructuren door te lichten met als uitgangspunt een halvering van deze organen; – rijkssubsidies aan maatschappelijke organisaties uitsluitend te verstrekken wanneer ten minste 25% van hun inkomsten afkomstig is uit niet-overheidsbronnen.
17 september | Keijzer |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de afhankelijkheid van extern advies verminderen en hanteert het principe 'zelf doen, tenzij' om de interne expertise te versterken [1]. Daarnaast pleit de partij voor het openbaar maken van ambtelijke adviezen [3], wat aansluit bij de noodzaak om adviesstructuren te controleren.

Argumenten tegen: De partij streeft naar een deskundige overheid en wil een onafhankelijke commissaris voor de rijksdienst om cruciale expertise te borgen [2].

Bronnen:

  1. "De overheid leunt te veel op extern advies. Afhankelijkheid van externe inhuur, zoals consultants, ondermijnt de ambtelijke expertise en maakt de overheid kwetsbaar. Volt bepleit dat het principe 'zelf doen, tenzij' leidend wordt. Wanneer daarvan wordt afgeweken, moet dat publiekelijk worden verantwoord. Het geld dat we hiermee besparen, zetten we in voor het opbouwen en behouden van interne deskundigheid en expertise."
  2. "De kwaliteit en samenhang van beleid staat of valt met een deskundige en goed georganiseerde overheid. Daar ontbreekt het nu aan. Volt wil daarom een onafhankelijke commissaris voor de rijksdienst met het mandaat om cruciale expertise te borgen, topambtenaren te benoemen en rijksbreed organisatiebeleid te voeren. Zo zorgen we ervoor dat de rijksdienst haar publieke taak betrouwbaar, professioneel en in het algemeen belang kan blijven vervullen."
  3. "Volt wil de positie van de uitvoerende macht versterken. Politici, beleidsmakers en uitvoerders moeten samen zorgen voor goede publieke dienstverlening. Dat vraagt om gelijkwaardige samenwerking, waarbij ieder vanuit de eigen rol bijdraagt aan beleid én uitvoering. De verhoudingen binnen de overheid moeten daarvoor veranderen. Uitvoeringsorganisaties dienen een volwaardige plaats te krijgen aan tafel, zodat hun perspectief het beleid kan verrijken, en de uitvoerbaarheid van meet af aan wordt meegenomen. * Volt wil dat uitvoerders kunnen ingrijpen als beleid in strijd is met goed bestuur. Daarom pleiten we voor een 'noodrem' die door professionals binnen uitvoeringsorganisaties kan worden ingezet. * Ook pleit Volt voor het openbaar maken van ambtelijke adviezen. Zo wordt zichtbaar wanneer de regering hiervan afwijkt. Dit helpt de Tweede Kamer en de media hun controlerende taak beter uit te voeren."