De regering moet het Noodfonds Energie voor de lange termijn en met voldoende geld beschikbaar stellen. De energierekening stijgt namelijk structureel door nieuwe regelingen voor CO2-uitstoot en groen gas. Zonder deze hulp kunnen kwetsbare huishoudens in de toekomst de verwarming niet meer gebruiken.
Motie van de leden Grinwis en Van Oosterhout over het Noodfonds Energie zo inzetten dat huishoudens zich niet gedwongen voelen de kachel uit te zetten
De kamer,
constaterende dat de energierekening van huishoudens niet alleen nu,
vanwege geopolitieke ontwikkelingen, maar ook structureel zal stijgen na
de invoering van ETS2 en de bijmengverplichting groen gas;
constaterende dat het kabinet met het Noodfonds Energie slechts
incidenteel 193 miljoen euro vrijmaakt voor de meest kwetsbare
huishoudens, in weerwil van structurele lastenverzwaring;
verzoekt de regering om voorbereidingen te treffen voor een langjarige en
toereikende inzet van het Noodfonds Energie om te voorkomen dat
kwetsbare huishoudens zich in de toekomst gedwongen voelen de kachel
uit te zetten, en de Kamer bij Voorjaarsnota hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een betaalbare energievoorziening [2]. Het voorkomen van energiearmoede wordt expliciet genoemd als een belangrijke randvoorwaarde [2][3]. Daarnaast moet het financiële stelsel met oog voor kwetsbare groepen blijven werken [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen financiële steun aan kwetsbare groepen zijn.
Bronnen:
"Het financiële stelsel is van cruciaal belang voor burgers en bedrijven, maar bijvoorbeeld ook voor verenigingen en stichtingen. Het stelsel moet toegankelijk blijven. Ten dienste van de gebruikers. Met oog voor kwetsbare groepen en met respect voor privacy."
"We staan voor een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening. Verduurzaming begint bij besparen. We streven naar verlaging van ons energiegebruik, met een derde in de komende twee decennia. De resterende energiebehoefte moet zoveel mogelijk duurzaam geproduceerd worden. Eerst en vooral door energiebronnen in eigen land: wind, zon, kernenergie, warmte in bodem, water en lucht, restwarmte en getijdenenergie. Innovatie is hiervoor cruciaal. Dit helpt ook om minder afhankelijk te worden van dure import van olie, kolen en vloeibaar gas (lng) uit regio's waar je geopolitiek gezien niet afhankelijk van wilt zijn. Voor een kleiner deel is import van stroom en duurzaam geproduceerde (waterstof)moleculen nodig uit landen waar de mogelijkheden voor een renderende duurzame productie groter zijn. Belangrijke randvoorwaarden voor verduurzaming van de energievoorziening zijn betaalbaarheid en het voorkomen van energiearmoede, betrouwbaarheid en leveringszekerheid (ook op wind- en zon-arme dagen) en een faire verdeling van lusten en lasten (energierechtvaardigheid)."
"De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."