Onderzoek naar gerichte inzet van groen gas

De regering moet onderzoeken hoe ze groen gas gericht kan inzetten met een nieuw instrument, zoals een contract for difference (een prijsafspraak tussen overheid en bedrijf). Dit is nodig omdat groen gas schaars is. Het moet daarom alleen worden gebruikt waar het de meeste waarde toevoegt aan het systeem.

Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven kan worden

De kamer, constaterende dat groen gas schaars is en blijft, en daarom gericht moet worden ingezet waar duurzame alternatieven beperkt beschikbaar zijn en de systeemwaarde het grootst is; overwegende dat de SDE++ langjarige zekerheid kan bieden voor nieuwe Nederlandse productie, maar daarnaast een gericht vraaginstrument nodig kan zijn om groen gas naar specifieke toepassingen te sturen, zoals voorgesteld door diverse marktpartijen met de Gerichte Inzetregeling Groen Gas (GGIG); verzoekt de regering te verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven zou kunnen worden, bijvoorbeeld via een begrensd contract for difference, waarmee groen gas gericht beschikbaar wordt gemaakt voor toepassingen met hoge systeemwaarde, en daarbij onder meer aandacht te besteden aan potentiële doelgroepen, prijs- en budgetbegrenzing en uitvoerbaarheid, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren.
21 september | CU, JA21 | Aangenomen: 111–39 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma 50plus

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij stelt dat er geen verplichting voor het afsluiten van gas mag komen zonder volwaardige alternatieven [1]. Tevens benadrukt de partij dat bestaande maatregelen gecorrigeerd moeten worden om de welvaart te beschermen en symboolpolitiek te voorkomen [3].

Argumenten tegen: De partij streeft naar de uitfasering van het nationale klimaatbeleid [4] en geeft de voorkeur aan een optimale CO2-beprijzing op Europees niveau om de concurrentiepositie te waarborgen [2].

Bronnen:

  1. "Geen verplichting voor warmtepompen of afsluiting van gas, zonder volwaardige, passende én betaalbare alternatieven."
  2. "Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
  3. "De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."
  4. "Uitfasering van het nationale klimaatbeleid, nadat gezamenlijk is besloten om het Europese beprijzen van CO2 op te schalen."