Onderzoek naar gerichte inzet van groen gas

De regering moet onderzoeken hoe ze groen gas gericht kan inzetten met een nieuw instrument, zoals een contract for difference (een prijsafspraak tussen overheid en bedrijf). Dit is nodig omdat groen gas schaars is. Het moet daarom alleen worden gebruikt waar het de meeste waarde toevoegt aan het systeem.

Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven kan worden

De kamer, constaterende dat groen gas schaars is en blijft, en daarom gericht moet worden ingezet waar duurzame alternatieven beperkt beschikbaar zijn en de systeemwaarde het grootst is; overwegende dat de SDE++ langjarige zekerheid kan bieden voor nieuwe Nederlandse productie, maar daarnaast een gericht vraaginstrument nodig kan zijn om groen gas naar specifieke toepassingen te sturen, zoals voorgesteld door diverse marktpartijen met de Gerichte Inzetregeling Groen Gas (GGIG); verzoekt de regering te verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven zou kunnen worden, bijvoorbeeld via een begrensd contract for difference, waarmee groen gas gericht beschikbaar wordt gemaakt voor toepassingen met hoge systeemwaarde, en daarbij onder meer aandacht te besteden aan potentiële doelgroepen, prijs- en budgetbegrenzing en uitvoerbaarheid, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren.
21 september | CU, JA21 | Aangenomen: 111–39 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil biomassa en groen gas gericht inzetten voor hoogwaardige toepassingen [1]. Zij maken graag maatwerkafspraken met strategische sectoren en willen bedrijven die een plan hebben om te verduurzamen ondersteunen [2]. Bovendien is de partij van mening dat de overheid een actieve rol moet spelen via interventies om de continuïteit van duurzaam vermogen te waarborgen [3].

Argumenten tegen: De partij levert in de verstrekte tekst geen argumenten tegen een gericht vraaginstrument voor groen gas; zij pleiten juist voor actieve regie en maatwerk in de transitie.

Bronnen:

  1. "Biomassa zetten we gericht in op hoogwaardige toepassingen, zoals via bijmenging in de luchtvaartsector en groen gas in het aardgasnetwerk. Er komt op den duur een einde aan het verbranden van biomassa. We stimuleren de ontwikkeling van aardwarmte als duurzaam en lokaal alternatief voor aardgas, om huizen, gebouwen en kassen mee te verwarmen. Onder strikte voorwaarden blijft het voor de middellange termijn mogelijk om in de Noordzee (niet onder de Waddenzee) gas te winnen."
  2. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  3. "In het toekomstig energiesysteem is het van belang dat de vraag zoveel mogelijk meebeweegt met het aanbod, maar hier zitten in de praktijk grenzen aan. Batterij-opslag is noodzakelijk voor het moment dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Ook moeten gascentrales die nu voor flexibiliteit zorgen in het aanbod, worden omgebouwd naar CO2-vrije centrales op waterstof of een andere regelbare brandstof. Dit vraagt om actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen. Bijvoorbeeld in de vorm van het opzetten van een capaciteitsmarkt."