Onderzoek naar gerichte inzet van groen gas

De regering moet onderzoeken hoe ze groen gas gericht kan inzetten met een nieuw instrument, zoals een contract for difference (een prijsafspraak tussen overheid en bedrijf). Dit is nodig omdat groen gas schaars is. Het moet daarom alleen worden gebruikt waar het de meeste waarde toevoegt aan het systeem.

Motie van de leden Grinwis en Van den Berg over verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven kan worden

De kamer, constaterende dat groen gas schaars is en blijft, en daarom gericht moet worden ingezet waar duurzame alternatieven beperkt beschikbaar zijn en de systeemwaarde het grootst is; overwegende dat de SDE++ langjarige zekerheid kan bieden voor nieuwe Nederlandse productie, maar daarnaast een gericht vraaginstrument nodig kan zijn om groen gas naar specifieke toepassingen te sturen, zoals voorgesteld door diverse marktpartijen met de Gerichte Inzetregeling Groen Gas (GGIG); verzoekt de regering te verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven zou kunnen worden, bijvoorbeeld via een begrensd contract for difference, waarmee groen gas gericht beschikbaar wordt gemaakt voor toepassingen met hoge systeemwaarde, en daarbij onder meer aandacht te besteden aan potentiële doelgroepen, prijs- en budgetbegrenzing en uitvoerbaarheid, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren.
21 september | CU, JA21 | Aangenomen: 111–39 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil onderzoek naar en de opschaling van alternatieven voor energie- en warmteopwekking [1]. Daarnaast is beschikbaarheid een belangrijke leidraad voor het energiebeleid van de partij [3].

Argumenten tegen: De partij wil de SDE++ subsidies vanaf 2026 beëindigen [2] om afhankelijkheid van een ''subsidie-industrie' te voorkomen [2]. Daarnaast streeft de partij naar een technologieneutrale aanpak [2], waarbij de focus ligt op lokale initiatieven en kleinschalige projecten in plaats van gericht gestuurde instrumenten [2].

Bronnen:

  1. "Investering in onderzoek naar en opschaling van alternatieven. Daarbij kijken we onder andere naar (zeer) kleine modulaire kerncentrales (SMRs), decentrale biogasinstallaties, waterstofproductie en restwarmtebenutting en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik, bij voorkeur dicht bij elkaar geplaatst."
  2. "Stoppen met de SDE++-subsidies vanaf 2026. De subsidieregeling SDE++ kost miljarden per jaar en leidt tot dure megaprojecten op zee, op land en in landbouwgebied. BBB wil een technologieneutrale aanpak, waarbij bedrijven en huishoudens verduurzamen op hun eigen manier - zonder afhankelijkheid van de 'subsidie-industrie'. Vanaf 2026 beëindigen we de SDE++ regeling. Subsidies op verlieslatende technieken worden afgebouwd. In plaats daarvan stimuleren we innovatie, energiebesparing en slimme infrastructuur. We geven ruimte aan lokale initiatieven en kleinschalige projecten die betaalbaar zijn en draagvlak hebben. Klimaatbeleid moet nuchter, eerlijk en uitvoerbaar zijn."
  3. "Wat BBB betreft zijn de drie B's stelregel voor energiebeleid: Betaalbaar, Beschikbaar en Betrouwbaar. Die stelregels zijn leidraad voor alles wat we doen op het gebied van klimaat en energie. De energietransitie moet zorgvuldig, democratisch gelegitimeerd en uitvoerbaar zijn. Niet gebaseerd op angst, ideologie of internationale scoringsdrift, maar op wat werkt voor Nederland. De overheid moet prioriteit geven aan realisme en effectiviteit, met oog voor de uitvoerbaarheid en gevolgen voor gewone mensen."