Gelijke kansen voor de productie van groen gas

De regering moet zorgen voor een gelijk speelveld bij de productie van groen gas. Nu zijn er verschillen tussen verschillende productiemethoden en tussen Nederland en andere Europese landen. Dit belemmert de groei van de Nederlandse productie. De regering moet daarom onderzoeken of subsidies eerlijk verdeeld zijn en indien nodig voorstellen doen om dit te verbeteren.

Motie van de leden Grinwis en Vermeer over een gelijk speelveld tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas

De kamer, constaterende dat groen gas waarvoor exploitatiesubsidie wordt ontvangen niet kan worden ingezet voor de bijmengverplichting, maar dat investeringssubsidies uit binnen- en buitenland niet zijn uitgesloten; overwegende dat voor een effectieve stimulering van de Nederlandse groengasproductie een gelijk speelveld van belang is, zowel tussen verschillende productietechnieken als tussen Nederlandse en buitenlandse producenten; overwegende dat in Nederland via de DEI+ enkel investeringssubsidie beschikbaar is voor groengasproductie middels vergassing en dat er tussen Europese lidstaten verschillen bestaan in de beschikbare subsidies voor groengasproductie; verzoekt de regering te bezien of er in Nederland een gelijk speelveld is tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas en indien nodig voorstellen te doen om te zorgen voor dit gelijke speelveld; verzoekt de regering tevens bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te onderzoeken in hoeverre verschillen in investeringssteun tussen Nederland en andere Europese lidstaten het gelijke speelveld en de opschaling van Nederlandse groengasproductie beïnvloeden, en zo nodig voorstellen te doen om een gelijker speelveld te realiseren.
21 september | CU, BBB | Aangenomen: 121–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma FvD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een gelijk speelveld om te voorkomen dat Nederlandse producenten strenger worden gereguleerd dan hun collega's in het buitenland [1][2]. Zij stellen dat een ongelijk speelveld de economische en culturele basis van het land kan ondermijnen [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die de noodzaak van een gelijk speelveld of een onderzoek naar subsidieverschillen betwisten.

Bronnen:

  1. "Gedwongen onteigening, 'vrijwillige' uitkoop met belastinggeld en het beperken van de veestapel horen niet thuis in een gezond landbouwbeleid. In plaats daarvan zorgen we voor een gelijk speelveld, waarbij Nederlandse boeren niet strenger gereguleerd worden dan hun collega's in het buitenland. Zo behouden we onze agrarische sector als hoeksteen van de economie én van onze nationale identiteit."
  2. "Level playing field voor boeren We zorgen dat Nederlandse boeren niet zwaarder gereguleerd worden dan collega's in buurlanden. Wanneer buitenlandse producten met bepaalde gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten op onze markt, moeten Nederlandse boeren die middelen ook kunnen gebruiken."
  3. "De Nederlandse landbouw en visserij zijn eeuwenlang de trots van ons land geweest: ze zorgen voor voedsel, werkgelegenheid, export en een levendig platteland. Toch worden boeren en vissers de laatste jaren systematisch onder druk gezet door een opeenstapeling van regels en Brusselse bemoeienis. De Green Deal, de EU-Nitraatrichtlijn, vangstbeperkingen en verboden op innovatie zoals pulsvisserij hebben geleid tot een ongelijk speelveld. Buitenlandse producten mogen wél met bepaalde middelen en methodes worden geproduceerd en vervolgens op onze markt belanden, terwijl Nederlandse boeren diezelfde middelen wordt ontzegd. Zo worden zij structureel op achterstand gezet. Dit is niet alleen oneerlijk, het ondermijnt ook onze voedselzekerheid en tast de basis aan van onze economie en cultuur."