De regering moet zorgen voor een gelijk speelveld bij de productie van groen gas. Nu zijn er verschillen tussen verschillende productiemethoden en tussen Nederland en andere Europese landen. Dit belemmert de groei van de Nederlandse productie. De regering moet daarom onderzoeken of subsidies eerlijk verdeeld zijn en indien nodig voorstellen doen om dit te verbeteren.
Motie van de leden Grinwis en Vermeer over een gelijk speelveld tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas
De kamer,
constaterende dat groen gas waarvoor exploitatiesubsidie wordt
ontvangen niet kan worden ingezet voor de bijmengverplichting, maar dat
investeringssubsidies uit binnen- en buitenland niet zijn uitgesloten;
overwegende dat voor een effectieve stimulering van de Nederlandse
groengasproductie een gelijk speelveld van belang is, zowel tussen
verschillende productietechnieken als tussen Nederlandse en buitenlandse producenten;
overwegende dat in Nederland via de DEI+ enkel investeringssubsidie
beschikbaar is voor groengasproductie middels vergassing en dat er
tussen Europese lidstaten verschillen bestaan in de beschikbare subsidies
voor groengasproductie;
verzoekt de regering te bezien of er in Nederland een gelijk speelveld is
tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas en indien
nodig voorstellen te doen om te zorgen voor dit gelijke speelveld;
verzoekt de regering tevens bij de evaluatie van de bijmengverplichting
expliciet te onderzoeken in hoeverre verschillen in investeringssteun
tussen Nederland en andere Europese lidstaten het gelijke speelveld en de
opschaling van Nederlandse groengasproductie beïnvloeden, en zo nodig
voorstellen te doen om een gelijker speelveld te realiseren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een sterke, innovatieve economie met investeringen in cruciale sectoren zoals de opwekking van energie [1]. Zij zetten in op nieuwe innovaties en technische oplossingen voor een duurzame energievoorziening [2]. Daarnaast verzet de partij zich tegen privileges voor buitenlandse bedrijven en vindt zij het onrechtvaardig als Nederlandse bedrijven aan strengere duurzaamheidseisen moeten voldoen dan hun buitenlandse concurrenten [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Schone industrie in eigen hand en eigen land. Industrie moet blijven in Nederland. Voor investeringen zijn cruciale sectoren nodig. Denk hierbij aan de productie van staal, chemie, de winning van schaarse grondstoffen en de opwekking van energie. We investeren in een sterke, innovatieve en schonere economie. Dit doen we onder andere bij Tata Steel in IJmuiden, bedrijven op Chemelot in Limburg of in de Rotterdamse Haven. Maar uiteraard ook op zoveel andere plekken in het land, denk bijvoorbeeld aan plekken als de Eemshaven, Twente, Moerdijk en Zeeland. De maakindustrie in Nederland is belangrijk. Ook schept de overheid goede randvoorwaarden en heldere regels met betekenisvolle boetes."
"Voor een toekomst waarin energie schoon, betaalbaar en betrouwbaar is, kiezen wij voor echte oplossingen die nú werken. Door vol in te zetten op zon, wind, groene waterstof en een sterk elektriciteitsnet bouwen we aan een duurzame energievoorziening voor iedereen. We investeren in nieuwe innovaties en technische oplossingen om zo een sterk elektriciteitsnet te bouwen. Zo zorgen we dat Nederland klaar is voor morgen én sterker wordt vandaag."
"Geen privileges voor buitenlandse bedrijven in handelsverdragen. Wij zetten ons in voor eerlijke internationale handel en blijven ons verzetten tegen handelsverdragen met exclusieve privileges voor grote buitenlandse bedrijven. Het is oneerlijk om van onze boeren en bedrijven te eisen dat ze verduurzamen, terwijl de grenzen openstaan voor nietduurzame producten uit het buitenland. Zo kunnen we bovendien ook uitbuiting van arme landen helpen voorkomen."