Gelijke kansen voor de productie van groen gas

De regering moet zorgen voor een gelijk speelveld bij de productie van groen gas. Nu zijn er verschillen tussen verschillende productiemethoden en tussen Nederland en andere Europese landen. Dit belemmert de groei van de Nederlandse productie. De regering moet daarom onderzoeken of subsidies eerlijk verdeeld zijn en indien nodig voorstellen doen om dit te verbeteren.

Motie van de leden Grinwis en Vermeer over een gelijk speelveld tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas

De kamer, constaterende dat groen gas waarvoor exploitatiesubsidie wordt ontvangen niet kan worden ingezet voor de bijmengverplichting, maar dat investeringssubsidies uit binnen- en buitenland niet zijn uitgesloten; overwegende dat voor een effectieve stimulering van de Nederlandse groengasproductie een gelijk speelveld van belang is, zowel tussen verschillende productietechnieken als tussen Nederlandse en buitenlandse producenten; overwegende dat in Nederland via de DEI+ enkel investeringssubsidie beschikbaar is voor groengasproductie middels vergassing en dat er tussen Europese lidstaten verschillen bestaan in de beschikbare subsidies voor groengasproductie; verzoekt de regering te bezien of er in Nederland een gelijk speelveld is tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas en indien nodig voorstellen te doen om te zorgen voor dit gelijke speelveld; verzoekt de regering tevens bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te onderzoeken in hoeverre verschillen in investeringssteun tussen Nederland en andere Europese lidstaten het gelijke speelveld en de opschaling van Nederlandse groengasproductie beïnvloeden, en zo nodig voorstellen te doen om een gelijker speelveld te realiseren.
21 september | CU, BBB | Aangenomen: 121–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een eerlijk speelveld waarbij Nederlandse ondernemers niet worden benadeeld ten opzichte van buitenlandse concurrenten [2]. Er is zorg dat klimaatbeleid de Nederlandse industrie in een nadelige concurrentiepositie brengt terwijl internationale concurrenten meer ruimte hebben [6][4]. Daarnaast steunt de partij een technologieneutrale aanpak en het opschalen van diverse alternatieve technieken [5][3][1].

Argumenten tegen: De partij wil de SDE++ subsidies vanaf 2026 beëindigen om afhankelijkheid van een ''subsidie-industrie' te voorkomen [5], wat mogelijk botst met maatregelen die gericht zijn op het gebruik van subsidies om een gelijk speelveld te creëren.

Bronnen:

  1. "Investeren in nieuwe industriële technieken. BBB steunt pilot- en opschalingsprojecten voor bijvoorbeeld: * Elektrolyse fabrieken voor groene waterstof, * Circulaire kunstmest op basis van dierlijke mest, * Monovergisting en warmteterugwinning, * CO2-negatief staalproductie via innovatieve smeltprocessen."
  2. "Overgang naar schonere brandstoffen. Bij de overgang naar schonere brandstoffen zoals biodiesel, synthetische brandstoffen en waterstof gaan we autogebruik niet ontmoedigen of bereikbaarheid beperken. We zorgen voor een eerlijk speelveld: Nederlandse transportondernemers mogen niet worden benadeeld ten opzichte van buitenlandse concurrenten. We waken voor overhaaste maatregelen die burgers en kleine ondernemers raken."
  3. "Investering in onderzoek naar en opschaling van alternatieven. Daarbij kijken we onder andere naar (zeer) kleine modulaire kerncentrales (SMRs), decentrale biogasinstallaties, waterstofproductie en restwarmtebenutting en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik, bij voorkeur dicht bij elkaar geplaatst."
  4. "Ook bij de invoering van eventuele nieuwe fiscale milieumaatregelen is het voor ons belangrijk dat onze Nederlandse bedrijven daardoor niet in een nadelige concurrentiepositie komen in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten."
  5. "Stoppen met de SDE++-subsidies vanaf 2026. De subsidieregeling SDE++ kost miljarden per jaar en leidt tot dure megaprojecten op zee, op land en in landbouwgebied. BBB wil een technologieneutrale aanpak, waarbij bedrijven en huishoudens verduurzamen op hun eigen manier - zonder afhankelijkheid van de 'subsidie-industrie'. Vanaf 2026 beëindigen we de SDE++ regeling. Subsidies op verlieslatende technieken worden afgebouwd. In plaats daarvan stimuleren we innovatie, energiebesparing en slimme infrastructuur. We geven ruimte aan lokale initiatieven en kleinschalige projecten die betaalbaar zijn en draagvlak hebben. Klimaatbeleid moet nuchter, eerlijk en uitvoerbaar zijn."
  6. "De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."