Subsidie voor mestvergisting en veehouderij

De regering moet onderzoeken of de SDE++-subsidie voor mestvergisting de intensieve veehouderij in stand houdt. Veel groengas komt namelijk uit mestvergisting. Dit maakt het financieel aantrekkelijk om veel vee te houden, wat de verandering naar duurzame landbouw tegenwerkt.

Motie van het lid Van Oosterhout over onderzoeken of SDE++-categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij

De kamer, overwegende dat een aanzienlijk deel van de beoogde groengasproductie voor de bijmengverplichting naar verwachting uit mestvergisting zal komen; overwegende dat stimulering van mestvergisting het risico met zich meebrengt dat een financieel belang ontstaat bij het in stand houden van de intensieve veehouderij; verzoekt de regering te onderzoeken of en, zo ja, in hoeverre de SDE++categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij, bijvoorbeeld door hierop een landbouwtransitietoets toe te passen, waar nodig deze categorieën aan te passen of te verwijderen uit de regeling, en hierover de Kamer te informeren voorafgaand aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027.
21 september | PRO | Verworpen: 58–92 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de SDE++-regeling vanaf 2026 beëindigen [1]. Het onderzoeken of specifieke categorieën binnen deze regeling, zoals die voor mestvergisting, aangepast of verwijderd moeten worden, sluit aan bij dit streven om de regeling af te schaffen [1].

Argumenten tegen: De partij steunt juist het opschalen van nieuwe technieken zoals monovergisting en biogasinstallaties [4][2][3]. Daarnaast wil de partij dat boeren de ruimte krijgen om te investeren in milieuvriendelijke methoden en dat bedrijven die emissies terugdringen mogen groeien [5][6].

Bronnen:

  1. "Stoppen met de SDE++-subsidies vanaf 2026. De subsidieregeling SDE++ kost miljarden per jaar en leidt tot dure megaprojecten op zee, op land en in landbouwgebied. BBB wil een technologieneutrale aanpak, waarbij bedrijven en huishoudens verduurzamen op hun eigen manier - zonder afhankelijkheid van de 'subsidie-industrie'. Vanaf 2026 beëindigen we de SDE++ regeling. Subsidies op verlieslatende technieken worden afgebouwd. In plaats daarvan stimuleren we innovatie, energiebesparing en slimme infrastructuur. We geven ruimte aan lokale initiatieven en kleinschalige projecten die betaalbaar zijn en draagvlak hebben. Klimaatbeleid moet nuchter, eerlijk en uitvoerbaar zijn."
  2. "Investering in onderzoek naar en opschaling van alternatieven. Daarbij kijken we onder andere naar (zeer) kleine modulaire kerncentrales (SMRs), decentrale biogasinstallaties, waterstofproductie en restwarmtebenutting en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik, bij voorkeur dicht bij elkaar geplaatst."
  3. "Kleinschalige biomassa toestaan. Kleinschalige biomassa uit lokale reststromen maken we mogelijk, zoals bijvoorbeeld met behulp van een monovergister uit mest, maar zonder grootschalige import of bijstook van houtpellets;"
  4. "Investeren in nieuwe industriële technieken. BBB steunt pilot- en opschalingsprojecten voor bijvoorbeeld: * Elektrolyse fabrieken voor groene waterstof, * Circulaire kunstmest op basis van dierlijke mest, * Monovergisting en warmteterugwinning, * CO2-negatief staalproductie via innovatieve smeltprocessen."
  5. "Geef boeren handelingsperspectief bij verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Laat die emissies terugdringende bedrijven groeien en bloeien."
  6. "Boeren moeten handelingsperspectief krijgen bij de verduurzaming van hun bedrijfsvoering, zodat zij met vertrouwen kunnen investeren in milieuvriendelijke methoden. Bedrijven die emissies terugdringen moeten de ruimte krijgen om te groeien en te bloeien. Dit stimuleert een duurzame landbouwsector met toekomst."