Subsidie voor mestvergisting en veehouderij

De regering moet onderzoeken of de SDE++-subsidie voor mestvergisting de intensieve veehouderij in stand houdt. Veel groengas komt namelijk uit mestvergisting. Dit maakt het financieel aantrekkelijk om veel vee te houden, wat de verandering naar duurzame landbouw tegenwerkt.

Motie van het lid Van Oosterhout over onderzoeken of SDE++-categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij

De kamer, overwegende dat een aanzienlijk deel van de beoogde groengasproductie voor de bijmengverplichting naar verwachting uit mestvergisting zal komen; overwegende dat stimulering van mestvergisting het risico met zich meebrengt dat een financieel belang ontstaat bij het in stand houden van de intensieve veehouderij; verzoekt de regering te onderzoeken of en, zo ja, in hoeverre de SDE++categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij, bijvoorbeeld door hierop een landbouwtransitietoets toe te passen, waar nodig deze categorieën aan te passen of te verwijderen uit de regeling, en hierover de Kamer te informeren voorafgaand aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027.
21 september | PRO | Verworpen: 58–92 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving [1] en streeft naar concrete emissiereductie [2]. Daarnaast geeft de partij de voorkeur aan doelsturing in plaats van middelvoorschriften [1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar rechtszekerheid voor boeren [3] en wil werkbare wet- en regelgeving [4].

Bronnen:

  1. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  2. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  3. "Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
  4. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."