De regering moet maatregelen nemen om de energierekening per 2027 structureel te verlagen. Nieuwe klimaatregels, zoals ETS2 (een systeem waarbij vervuiling geld kost), maken de rekening namelijk duurder. De overheid kan de opbrengsten van deze regels gebruiken om de rekening betaalbaar te houden. Ook moet de regering jaarlijks ingrijpen als de energiearmoede niet afneemt.
Motie van het lid Van Oosterhout over het structureel verlagen van de energierekening
De kamer,
overwegende dat uit de Monitor Energiearmoede blijkt dat de daling van
het aantal huishoudens in energiearmoede stagneert en dat het kabinet
hier nog geen maatregelen voor heeft genomen;
constaterende dat de bijmengverplichting groen gas en de invoering van
ETS2 zullen leiden tot een hogere energierekening voor huishoudens met
een mogelijke stijging van het aantal huishoudens in energiearmoede tot
gevolg;
constaterende dat zowel ETS2 als de bijmengverplichting (via de
buy-outoptie) opbrengsten genereren voor de Nederlandse Staat;
overwegende dat het onwenselijk is dat de rekening van deze twee
instrumenten optelt bij huishoudens, terwijl CO2-beprijzing juist een kans
kan bieden om de energierekening betaalbaar te houden;
verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan 2027 in
de Kamer een inventarisatie te sturen van mogelijke maatregelen om de
energierekening voor huishoudens per 2027 (structureel) te verlagen;
verzoekt de regering daarbij onder meer te kijken naar het verlagen van de
elektriciteitsbelasting, het socialiseren van de nettarieven en het stimuleren van verduurzaming van de gebouwde omgeving en als dekking voor
mogelijke opties ook de opbrengsten van ETS2 en de buy-out van de
bijmengverplichting groen gas te betrekken;
verzoekt de regering jaarlijks na het uitkomen van de Monitor Energiearmoede gerichte (financiële) maatregelen te nemen indien het aandeel
huishoudens in energiearmoede stijgt of gelijk blijft,
kst-36947-36
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 947, nr. 36
1.
Argumenten voor: De partij stelt dat de transitie naar schone energie op een manier moet verlopen die iedereen kan meemaken, met behapbare kosten voor inwoners [2]. Bij het maken van energiebeleid moet de impact op lagere inkomens altijd worden meegenomen [1]. Ook wordt gezocht naar een evenwicht tussen beprijzing en betaalbaarheid voor huishoudens [4].
Argumenten tegen: De partij erkent dat beprijzen noodzakelijk is om transities mogelijk te maken [4] en dat het volgen van Europese klimaatdoelen essentieel is [3].
Bronnen:
"Bij het maken van energiebeleid moet de impact van maatregelen op lagere inkomens altijd worden meegenomen."
"De transitie naar een duurzame wereld vraagt om duidelijke politieke keuzes. Keuzes voor een ambitieus Europees klimaatbeleid, het klimaat stopt niet aan de grens. Keuzes voor een stevige, tijdige en onvoorwaardelijke aanpak van de uitstoot van CO₂ en stikstof om ons land van het slot te halen. Keuzes voor de transitie naar schone energie, op een manier die iedereen kan meemaken. Dat alles vraagt om een langetermijnvisie, met voorspelbaar beleid, behapbare kosten voor inwoners en een gelijk Europees speelveld voor ondernemers wanneer zij verduurzamen."
"Een duurzame economie - Een duurzame economie bereiken we alleen met een Europese aanpak en een gelijk speelveld in Europa. Daarom volgen we de Europese klimaatdoelen en passen we de Nederlandse klimaatwet daarop aan. De nationale CO₂-heffing schrappen we, want we willen bedrijven niet wegjagen. We willen groene industriepolitiek. We maken bindende afspraken met de grootste vervuilers en kiezen voor een goede mix van duurzame energie en kernenergie, energiebesparing en CO2-opslag. Ambitie en realisme gaan hand in hand."
"We beprijzen om transities mogelijk te maken. Daarin zoeken we het evenwicht tussen beprijzen, normeren en subsidiëren, met betaalbaarheid en perspectief voor huishoudens en bedrijven."