De regering moet de uitzonderingen in de Omnibus-verordening niet gebruiken om giftige middelen langer toe te laten. Het beschermen van mens, dier en milieu moet de prioriteit blijven. Het CtGb (de keuringsdienst voor gewasbeschermingsmiddelen) moet deze zorgen meewegen bij het aanpassen van de regels over de respijttermijnen.
Motie van het lid Podt over geen gebruik maken van de ruimere mogelijkheden voor lidstaten om van de reguliere regels af te wijken
De kamer,
constaterende dat de Omnibus lidstaten ruimere mogelijkheden geeft om
van de reguliere regels af te wijken, zoals respijtperiodes tot drie jaar voor
bewezen giftige middelen waarvan de goedkeuring niet wordt verlengd,
het
blijven zaaien van zaad dat behandeldis met ingetrokken giftige middelen,
en toelating van middelen met stoffen die via een derogatie voor ernstig
gevaar voor de plantgezondheid zijn goedgekeurd;
overwegende dat het kabinet zelf geen voorstander is van langere
respijtperiodes en inzet op behoud van het beschermingsniveau voor
mens, dier en milieu;
verzoekt de regering geen gebruikte maken van deze uitzonderingen, en
dit
uitgangspunt nadrukkelijk te betrekken bij de afweging over steun aan het
eindresultaat van de triloog;
verzoekt de regering aan het Ctgb de zorgen van de Kamer over de
bescherming van mens, dier en milieu bij het toepassen van deze
uitzonderingen, over te brengen en hen te verzoeken deze zorgen
zwaarwegend te betrekken bij een update van hun beleidslijn over de
respijttermijnen wanneer de verordening met dit Omnibusvoorstel wordt
gewijzigd.
Argumenten voor: De partij streeft naar natuurherstel [2], wat aansluit bij de in de motie genoemde bescherming van mens, dier en milieu.
Argumenten tegen: De partij wil dat het Nederlandse landbouwbeleid niet strenger is dan dat van de buurlanden [1], terwijl het niet gebruiken van uitzonderingsposities voor giftige middelen de regels voor de Nederlandse sector zou kunnen verzwaren.
Bronnen:
"Een Nederlands landbouwbeleid dat niet strenger is dan dat van onze buurlanden."
"Boeren die vernieuwen en bijdragen aan voedselzekerheid en natuurherstel."