De regering moet de uitzonderingen in de Omnibus-verordening niet gebruiken om giftige middelen langer toe te laten. Het beschermen van mens, dier en milieu moet de prioriteit blijven. Het CtGb (de keuringsdienst voor gewasbeschermingsmiddelen) moet deze zorgen meewegen bij het aanpassen van de regels over de respijttermijnen.
Motie van het lid Podt over geen gebruik maken van de ruimere mogelijkheden voor lidstaten om van de reguliere regels af te wijken
De kamer,
constaterende dat de Omnibus lidstaten ruimere mogelijkheden geeft om
van de reguliere regels af te wijken, zoals respijtperiodes tot drie jaar voor
bewezen giftige middelen waarvan de goedkeuring niet wordt verlengd,
het
blijven zaaien van zaad dat behandeldis met ingetrokken giftige middelen,
en toelating van middelen met stoffen die via een derogatie voor ernstig
gevaar voor de plantgezondheid zijn goedgekeurd;
overwegende dat het kabinet zelf geen voorstander is van langere
respijtperiodes en inzet op behoud van het beschermingsniveau voor
mens, dier en milieu;
verzoekt de regering geen gebruikte maken van deze uitzonderingen, en
dit
uitgangspunt nadrukkelijk te betrekken bij de afweging over steun aan het
eindresultaat van de triloog;
verzoekt de regering aan het Ctgb de zorgen van de Kamer over de
bescherming van mens, dier en milieu bij het toepassen van deze
uitzonderingen, over te brengen en hen te verzoeken deze zorgen
zwaarwegend te betrekken bij een update van hun beleidslijn over de
respijttermijnen wanneer de verordening met dit Omnibusvoorstel wordt
gewijzigd.
Argumenten voor: De partij streeft naar een totaalverbod op landbouwgif om de landbouw gifvrij te maken [2][6]. Hierbij staat de gezondheid van mensen, dieren en de natuur centraal, waarbij deze prioriteit krijgen boven economische belangen [1]. Daarnaast pleit de partij voor het aanscherpen van Europese regels in plaats van het verzwakken ervan [5] en vindt zij dat regels voor natuurbescherming niet versoepeld mogen worden [3]. Ook tijdens de transitie naar een duurzaam systeem moet de bescherming van mens, dier en natuur gewaarborgd blijven [4].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten die aangeven dat de partij het toestaan van uitzonderingen op regels voor schadelijke stoffen of het versoepelen van beschermingsniveaus ondersteunt.
Bronnen:
"T otdat het gebruik van landbouwgif is gestopt, wordt het direct verboden in de buurt van woningen en scholen (minstens 500 meter afstand), openbare wegen, fiets- en wandelpaden en plekken waar mensen werken, kinderen spelen, dieren verblijven en natuurgebieden aanwezig zijn. De gezondheid van mensen, dieren en natuur gaat voor op de economische belangen van de telers."
"Er komt een verbod op landbouwgif. De land- en tuinbouw worden dus gifvrij."
"Regels voor de bescherming van de natuur worden niet versoepeld ten behoeve van klimaatmaatregelen."
"De overgang naar een duurzaam voedselsysteem is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Naast de radicale keuzes die nodig zijn om de koers te verleggen, kennen transities ook een overgangsfase die om tussenstappen vraagt. Want zolang dieren nog niet volledig bevrijd zijn uit de voedselketen zal de veehouderij risico's vormen voor de omgeving en liggen zoönosen op de loer. Zolang het gifgebruik in de landbouw nog niet is uitgebannen, loopt de gezondheid van omwonenden van bespoten akkers gevaar. En zolang er visserij plaatsvindt, zal deze schade toebrengen aan de mariene ecosystemen. Kortom: we slaan de weg in naar een werkelijk duurzame, plantaardige toekomst én zetten tegelijk tussenstappen om de gezondheid en het welzijn van mens, dier en natuur zo goed mogelijk te beschermen tijdens de transitie."
"Nederland maakt zich hard voor ambitieuze IMVO-wetgeving. Belangrijke EU-regels, zoals de anti-wegkijkwet en anti-ontbossingswet, worden niet verzwakt maar juist aangescherpt. Parallel aan de invoering van nationale en Europese IMVO-wetgeving zet Nederland in op internationaal bindende afspraken voor multinationale ondernemingen in het kader van de onderhandelingen voor een VN-verdrag 'mensenrechten en bedrijfsleven'. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gerespecteerd, producenten in ontwikkelingslanden krijgen hulp om hieraan te voldoen."
"Er komt een verbod op landbouwgif. De land- en tuinbouw worden gifvrij."