Pilot voor een nieuwe vorm van schoolzwemmen

De regering moet een pilot starten met een nieuwe vorm van schoolzwemmen. Kinderen uit arme gezinnen halen veel minder vaak een zwemdiploma dan kinderen uit rijke gezinnen. Door lessen buiten schooltijd aan te bieden en kinderen zonder diploma op te sporen, kan deze ongelijkheid worden verminderd.

Motie van de leden Dobbe en Mohandis over een pilot met een variant op schoolzwemmen

De kamer, constaterende dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen twaalf keer zo vaak geen zwemdiploma hebben als kinderen uit gezinnen met een hoog inkomen; overwegende dat uit het onderzoek Schoolslag in perspectief blijkt dat deze ongelijkheid kan worden verminderd door schoolzwemmen opnieuw in te voeren en dat hiervoor diverse scenario’s zijn onderzocht, waarbij ook gekeken is naar de kosten en het draagvlak in het onderwijs; overwegende dat uit dit onderzoek tevens blijkt dat er onder scholen grote steun is voor een variant van schoolzwemmen voor kinderen zonder A-diploma buiten onderwijstijd in groep 6, georganiseerd door gemeenten – scenario vijf; van mening dat het daarnaast van belang is dat scholen zwemmomenten organiseren zodat kinderen zonder zwemdiploma kunnen worden gesignaleerd – scenario zes; verzoekt de regering om een combinatie van de scenario’s vijf en zes nader uit te werken en met een plan te komen om deze slimme variant op schoolzwemmen via een pilot te testen op een manier die past bij de voorkeuren van de gemeenten en de scholen.
24 september | SP, PRO | Verworpen: 61–89 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat praktische en culturele vaardigheden, zoals schoolzwemmen, volop worden aangeboden aan kinderen en dat hiervoor extra geld beschikbaar komt [1]. Daarnaast streeft de partij naar gelijke kansen voor alle kinderen, waarbij zij vindt dat goed onderwijs en bijbehorende kansen toegankelijk moeten zijn voor iedereen, ongeacht de financiële situatie van de ouders [2].

Argumenten tegen: Er worden geen argumenten tegen de motie in het programma genoemd.

Bronnen:

  1. "Praktische en culturele vaardigheden worden volop aangeboden aan kinderen. Activiteiten als handarbeid, schoolzwemmen, bewegingsonderwijs, cultuurlessen (theater-, dans-, muziek- schilderles, etc.) en schooltuinen worden gefaciliteerd en daar komt extra geld voor beschikbaar."
  2. "Dagelijks zetten duizenden onderwijsprofessionals zich met hart en ziel in voor kinderen en jongeren. Deze kinderen en jongeren verdienen eerlijke en gelijke kansen om zich te kunnen ontplooien. Goed onderwijs speelt daarin een grote rol. Toch is dit nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Door keuzes van vorige kabinetten is er een groot tekort aan leraren. De leraren die er nog wel zijn raken overbelast door de hoge werkdruk, de administratieve lasten én de emotionele belasting door het werk zelf. Hierdoor verlaten veel leraren het onderwijs. Commerciële bijlesbureaus springen in het gat en bieden leerlingen voor veel geld huiswerkbegeleiding en bijlessen aan. Dit is kansenongelijkheid ten top. Goed onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn, rijke ouders of niet."