De regering moet een pilot starten met een nieuwe vorm van schoolzwemmen. Kinderen uit arme gezinnen halen veel minder vaak een zwemdiploma dan kinderen uit rijke gezinnen. Door lessen buiten schooltijd aan te bieden en kinderen zonder diploma op te sporen, kan deze ongelijkheid worden verminderd.
Motie van de leden Dobbe en Mohandis over een pilot met een variant op schoolzwemmen
De kamer,
constaterende dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen twaalf keer
zo vaak geen zwemdiploma hebben als kinderen uit gezinnen met een
hoog inkomen;
overwegende dat uit het onderzoek Schoolslag in perspectief blijkt dat
deze ongelijkheid kan worden verminderd door schoolzwemmen opnieuw
in te voeren en dat hiervoor diverse scenario’s zijn onderzocht, waarbij
ook gekeken is naar de kosten en het draagvlak in het onderwijs;
overwegende dat uit dit onderzoek tevens blijkt dat er onder scholen grote
steun is voor een variant van schoolzwemmen voor kinderen zonder
A-diploma buiten onderwijstijd in groep 6, georganiseerd door
gemeenten – scenario vijf;
van mening dat het daarnaast van belang is dat scholen zwemmomenten
organiseren zodat kinderen zonder zwemdiploma kunnen worden
gesignaleerd – scenario zes;
verzoekt de regering om een combinatie van de scenario’s vijf en zes
nader uit te werken en met een plan te komen om deze slimme variant op
schoolzwemmen via een pilot te testen op een manier die past bij de
voorkeuren van de gemeenten en de scholen.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat schoolzwemmen weer moet worden ingevoerd, zodat elk kind met een zwemdiploma opgroeit [1]. Zij beschouwen sport als een publieke voorziening waar de overheid verantwoordelijkheid voor draagt [2] en willen dat er bijzondere aandacht is voor groepen die momenteel achterblijven, zoals kinderen uit gezinnen met lage inkomens [2]. Daarnaast willen zij investeren in sport en schoolactiviteiten als publieke voorzieningen [3].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die een tegenargument vormen voor het invoeren of stimuleren van schoolzwemmen.
Bronnen:
"Kinderen krijgen de ruimte om te bewegen. Ieder kind op de basisschool krijgt minstens drie uur gymles per week van een vakdocent. Schoolzwemmen wordt weer ingevoerd, zodat elk kind met een zwemdiploma opgroeit. Bij de inrichting van wijken zorgen we voor veilige speelplekken en sportvoorzieningen, ook voor kinderen met een beperking."
"Sport is een publieke voorziening, geen luxe. Sport moet een publieke voorziening zijn waar de overheid verantwoordelijkheid voor draagt. Er komt een Sportwet die de beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van sportvoorzieningen garandeert. Daarbij is er ook bijzondere aandacht voor groepen die nu achterblijven, zoals kinderen uit gezinnen met lage inkomens en mensen met een beperking.'"
"Onderwijs en opvang zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We investeren in kinderopvang, sport, cultuur en schoolactiviteiten als publieke voorzieningen. Zo kunnen kinderen zich breed ontwikkelen en staan ouders er niet alleen voor. Met gratis kinderopvang is er altijd mogelijkheid om werk en kinderen te combineren, maar door het invoeren van een vierdaagse werkweek willen we er ook voor zorgen dat ouders meer tijd over hebben om met hun kinderen door te brengen."