Voorwaarden voor groei op Schiphol

De regering moet de Kamer informeren over de voorwaarden voor groei op Schiphol. De groei mag niet in de nacht plaatsvinden. Om omwonenden zekerheid te bieden over geluidshinder, krijgt 60% van de geluidsruimte toe aan de omgeving en 40% aan de luchtvaartsector. De CO2-uitstoot van Schiphol en Lelystad Airport in 2030 moet lager zijn dan die van Schiphol in 2024.

Motie van de leden Zwinkels en Köse over de Kamer duidelijk informeren over de geldende randvoorwaarden van de groeiverdiensystematiek

De kamer, constaterende dat de Raad van State benadrukt dat groei van Schiphol naar maximaal 500.000 vliegbewegingen pas kan plaatsvinden als bij elke stap daarnaartoe aan de daarvoor geldende randvoorwaarden is voldaan; constaterende dat de regering reeds heeft toegezegd de activering van de groeiverdiensystematiek vooraf aan de Kamer voor te leggen; overwegende dat omwonenden duidelijkheid moeten hebben over de daadwerkelijke afname van geluidshinder en erop mogen rekenen dat reductiedoelstellingen daadwerkelijk worden gehaald; overwegende dat eventuele groei van het aantal vliegtuigbewegingen door de groeiverdiensystematiek niet mag plaatsvinden in de nachtelijke uren, inclusief de randen van de nacht; verzoekt de regering de Kamer duidelijk te informeren over de geldende randvoorwaarden van de groeiverdiensystematiek en zeker te stellen dat: – de voorhang van het koninklijk besluit niet in deze kabinetsperiode wordt gestart; – in plaats van de in het ontwerpLVB opgenomen 50/50-verdeling, 60% van de ontstane geluidsruimte ten goede komt aan de omgeving en 40% aan de luchtvaartsector; – d totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager is dan de uitstoot van Schiphol in 2024.
29 september | CDA, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil dat Schiphol drastisch krimpt om de rechtsbescherming van omwonenden te waarborgen [1] en het aantal vluchten in Nederland moet naar beneden [3]. Ook moet de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht worden aangepakt [2] en wil de partij dat Lelystad Airport niet wordt geopend voor de burgerluchtvaart [1]. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de leefbaarheid rondom luchthavens [4].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma te vinden die de motie tegenwerken.

Bronnen:

  1. "Het aantal vluchten in Nederland wordt beperkt. Om te voldoen aan de rechtsbescherming van omwonenden en de stikstofuitstoot terug te brengen, zal Schiphol drastisch moeten krimpen. Er komt een nachtsluiting. Schiphol krijgt een normenkader voor uitstoot van CO2, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Lelystad Airport wordt niet geopend voor burgerluchtvaart. De gedane publieke en private investeringen worden ruimhartig gecompenseerd. Binnen Europa worden treinreizen aantrekkelijker gemaakt, door in Europees en internationaal verband ambitieuze afspraken te maken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosineaccijns en afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets. Internationale treinverbindingen worden verbeterd en samen met andere Europese landen zorgen we voor één transparant systeem voor het boeken van internationale treinkaartjes. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren."
  2. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  3. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"
  4. "Groen in de stad en het dorp zorgt voor een leefbare en koele buitenruimte. Elke Nederlander moet vanuit huis makkelijk in de natuur kunnen komen, daarvoor is een groen en waterrijk netwerk door het hele land - binnen en buiten stedelijk gebied nodig. Gemeenten houden meer ruimte in hun omgevingsplannen voor groenstroken, bomen, water en parken. Verdichting en vergroening moeten hand in hand gaan om hittestress te verminderen, de biodiversiteit in de stad te vergroten en bij te dragen aan schonere lucht en betere leefbaarheid. Er komen meer bomen en struiken op en rond bedrijventerreinen, luchthavens en langs (snel) wegen."