Thuisonderwijs als passende onderwijsvorm

Thuisonderwijs is voor sommige kinderen de meest passende vorm van onderwijs.

Motie van het lid Van Houwelingen over uitspreken dat in sommige gevallen voor kinderen thuisonderwijs de meest passende vorm van onderwijs is

De kamer, spreekt uit dat in sommige gevallen voor kinderen de meest passende vorm van onderwijs thuisonderwijs is.
30 september | FVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar onderwijs op maat [3][5] en ziet als alternatief voor de volledige vijfdaagse schoolweek mogelijkheden voor flexibele vormen tussen thuis en school [1].

Argumenten tegen: De partij vindt het onacceptabel dat kinderen thuis zitten zonder onderwijs [1] en wil dat leerlingen zoveel mogelijk samen naar school gaan [2]. Daarnaast wil de partij problemen in het onderwijs oplossen binnen de scholen [4] en hecht zij waarde aan contact met leeftijdsgenoten [6].

Bronnen:

  1. "In Nederland krijgen veel kinderen en jongeren geen onderwijs. Zij zitten thuis. Dat is voor D66 onacceptabel. Wij vinden dat alle kinderen en jongeren leerrecht hebben. Als je niet vijf dagen in de week naar school kunt, vinden we andere mogelijkheden, zoals een flexibele tussenvorm tussen thuis en op school zijn. Zo bieden we leerlingen die het moeilijk hebben, of die nu al thuis zitten, de ruimte om te leren in hun tijd, op een passende plek en met een eigen leerprogramma."
  2. "D66 wil dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school kunnen gaan. Onderwijs moet voor ieder kind passend zijn. Dat vraagt om genoeg leraren, ondersteuners, kennis en ruimte. Daar wil D66 sneller voor zorgen."
  3. "Onderwijs op maat voor elke Nederlander - altijd blijven leren, op een manier die bij je past."
  4. "Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven."
  5. "We geloven in het talent van ieder kind en iedere jongere. Onderwijs moet kinderen helpen om dat talent te ontdekken en te gebruiken, zodat ze vrijer zijn en volop deel kunnen nemen aan de samenleving. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin: in je ontwikkeling, in kennis en basisvaardigheden, in onderwijs op maat dat bij je past én in de mensen die het onderwijs dragen. En dat stopt niet na school: we maken het mogelijk dat iedereen, ook later in je loopbaan, kan blijven leren."
  6. "Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."