Beter schooladvies via de doorstroomtoets

De regering moet het voorstel van Cito voor een breed overgangsdossier meenemen in de doorstroomtoets. Een toets is slechts een momentopname. Voor een goed schooladvies is een combinatie van testresultaten en het oordeel van de leraar nodig.

Motie van het lid Armut c.s. over het betrekken van een breed overgangsdossier bij de verdere uitwerking van de doorstroomtoets

De kamer, overwegende dat een toets een momentopname is en dat een zorgvuldig schooladvies vraagt om een compleet, breed beeld van de leerresultaten en de ontwikkeling van een leerling; overwegende dat het onderbouwde professionele oordeel van de leraar van grote waarde is naast een momentopname als de doorstroomtoets; verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van de doorstroomtoets het voorstel van Cito voor een breed overgangsdossier expliciet te betrekken en met leraren en scholen uit te werken hoe toetsresultaten, de ontwikkeling van de leerling en het onderbouwde lerarenoordeel gezamenlijk kunnen bijdragen aan passende advisering en plaatsing; verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief over de doorstroomtoets in het eerste kwartaal van 2027.
30 september | CDA, D66, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de behoefte van het kind centraal moet staan en dat er gekeken moet worden naar de brede ontwikkeling van een kind [1]. Daarnaast hecht de partij waarde aan de professionele ruimte en de verantwoordelijkheid van de onderwijsprofessional [2], wat aansluit bij het verzoek om het lerarenoordeel te integreren in de overgang. Tevens sluit de motie aan bij de wens om scholen meer vertrouwen en ruimte te geven in plaats van uitsluitend sturing via controle [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het betrekken van leraren of een bredere benadering van de ontwikkeling van het kind; de focus ligt juist op het centraal stellen van de behoeften van het kind [1].

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."
  3. "Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."