Voorkom vroege niveaulabels in schoolsystemen

De regering moet ervoor zorgen dat automatische niveauvoorspellingen voor het voortgezet onderwijs niet zichtbaar zijn vóór groep 7. Vroege labels beïnvloeden de verwachtingen van docenten en ouders. Hierdoor krijgen kinderen minder kansen en blijven verschillen in het onderwijs bestaan.

Motie van het lid Moorman c.s. over geautomatiseerde prognoses van het niveau van voortgezet onderwijs niet tonen vóór groep 7

De kamer, constaterende dat leerlingadministratiesystemen vanaf elk door de school gekozen leerjaar, soms al vanaf groep 3, automatisch een verwacht niveau van voortgezet onderwijs naast de toetsresultaten kunnen tonen; overwegende dat vroege niveaulabels en uitstroomprognoses de verwachtingen van leraren en ouders beïnvloeden en daarmee het onderwijsaanbod dat een kind krijgt, waardoor verschillen in startpositie worden bevestigd in plaats van verkleind; overwegende dat toetsaanbieders zelf ook op dit risico wijzen; verzoekt de regering om in overleg met de PO-Raad en leveranciers van leerlingadministratiesystemen te bewerkstelligen dat geautomatiseerde prognoses van het niveau van voortgezet onderwijs per leerling niet worden getoond vóór groep 7; verzoekt de regering dit zo nodig te verankeren in regelgeving over het leerlingvolgsysteem en daaraan gekoppelde administratiesystemen.
30 september | PRO, D66, PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat de behoefte van het kind centraal staat en dat er niet naar labels en indicaties wordt gekeken [1]. Ook wil de partij stoppen met over-diagnostisering [2] en inzetten op later selecteren om de overgang naar het voortgezet onderwijs soepeler en eerlijker te laten verlopen [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen de motie.

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."