De regering moet ervoor zorgen dat automatische niveauvoorspellingen voor het voortgezet onderwijs niet zichtbaar zijn vóór groep 7. Vroege labels beïnvloeden de verwachtingen van docenten en ouders. Hierdoor krijgen kinderen minder kansen en blijven verschillen in het onderwijs bestaan.
Motie van het lid Moorman c.s. over geautomatiseerde prognoses van het niveau van voortgezet onderwijs niet tonen vóór groep 7
De kamer,
constaterende dat leerlingadministratiesystemen vanaf elk door de school
gekozen leerjaar, soms al vanaf groep 3, automatisch een verwacht niveau
van voortgezet onderwijs naast de toetsresultaten kunnen tonen;
overwegende dat vroege niveaulabels en uitstroomprognoses de
verwachtingen van leraren en ouders beïnvloeden en daarmee het
onderwijsaanbod dat een kind krijgt, waardoor verschillen in startpositie
worden bevestigd in plaats van verkleind;
overwegende dat toetsaanbieders zelf ook op dit risico wijzen;
verzoekt de regering om in overleg met de PO-Raad en leveranciers van
leerlingadministratiesystemen te bewerkstelligen dat geautomatiseerde
prognoses van het niveau van voortgezet onderwijs per leerling niet
worden getoond vóór groep 7;
verzoekt de regering dit zo nodig te verankeren in regelgeving over het
leerlingvolgsysteem en daaraan gekoppelde administratiesystemen.
Argumenten voor: De partij streebt naar passend onderwijs waarbij onnodige barrières in het reguliere onderwijs worden weggenomen [2]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat leerlingen door onderadvisering niet de kans krijgen om een diploma op een hoger niveau te halen [3], wat aansluit bij het beperken van de impact van vroege niveaulabels. Ook het verminderen van de administratieve lasten en de onnodige toetsdruk voor scholen is een belangrijk speerpunt [4].
Argumenten tegen: De partij hecht waarde aan de autonomie van onderwijsinstellingen [5] en vindt dat instellingen zelf verantwoordelijk moeten blijven voor zaken zoals het kiezen van een bindend studieadvies [1].
Bronnen:
"Bindend studieadvies blijft behouden: Onderwijsinstellingen mogen zelf een geschikt bindend studieadvies blijven kiezen. Hierdoor voorkomen we uitval en stimuleren we studiesucces."
"Passend onderwijs voor elk kind: Wanneer veel leerlingen die extra aandacht nodig hebben in één reguliere klas zitten, gaat dat ten koste van het leerproces van alle leerlingen en van leraren. We blijven het speciaal onderwijs verbeteren. Onnodige barrières in het reguliere onderwijs halen we weg, bijvoorbeeld voor leerlingen met een lichamelijke beperking. We zetten ons in voor passend onderwijs dat aansluit bij de vaardigheden van elk individueel kind. Ook kinderen met bijzondere talenten of behoeften verdienen een passende plek. Of het nu gaat om topsporters, hoogbegaafde leerlingen of kinderen die extra ondersteuning nodig hebben - het onderwijs moet hen uitdagen én ondersteunen. Elke school heeft een plusklas en elke regio biedt voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs aan. Er komt een landelijke handreiking voor invulling van plusklassen en extra vakken."
"Ruimte voor stapelen: Met een (v)mbo-, havo- of hbo-diploma op zak kun je de wereld aan. Toch kan het zijn dat leerlingen, door bijvoorbeeld onderadvisering, een diploma op een ander niveau kunnen en willen halen. Leerlingen die na het behalen van een bepaald diploma door willen in het vervolgonderwijs, moeten alle ruimte krijgen. Stapelen vergroot immers de kans op meerdere diploma's, een betere positie op de arbeidsmarkt en zo tot meer economische vrijheid en verantwoordelijkheid voor het eigen leven."
"Vertrouwen in leraren, geen onnodige werkdruk: Scholen laten leraren vaak meer administreren en toetsen dan verplicht of nodig is. Die administratieve lasten brengen we omlaag. De inspectie gaat extra controleren op onnodige administratie en overbodige toetsdruk. We gaan uit van vertrouwen en autonomie."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."