De regering moet de regels voor leerlingvolgsystemen (LVS) wijzigen. Testen moeten laten zien of leerlingen de leerdoelen echt beheersen. Vergelijkingen met klasgenoten mogen niet in schoolrapporten staan. Nu krijgt een deel van de leerlingen altijd het label 'onder gemiddeld', ook als zij de stof goed begrijpen.
Motie van het lid Moorman c.s. over de Regeling beoordelingskader lvs wijzigen zodat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen van de beheersing van de leerdoelen
De kamer,
constaterende dat sinds 2020–2021 de onderwijsinspectie scholen
beoordeelt op door leerlingen behaalde referentieniveaus voor lezen,
taalverzorging en rekenen;
constaterende dat leerlingen zelf in leerlingvolgsystemen meestal worden
beoordeeld op hun positie ten opzichte van leeftijdsgenoten;
overwegende dat een relatieve norm altijd een vast percentage leerlingen
als «onder gemiddeld» bestempelt, ongeacht wat zij kunnen; overwegende dat relatieve normen wél een legitieme functie hebben bij het
signaleren van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben;
verzoekt de regering om de Regeling beoordelingskader lvs zodanig te
wijzigen dat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen
van de beheersing van de leerdoelen;
verzoekt de regering deze ook zo te wijzigen dat relatieve niveauindelingen uitsluitend beschikbaar zijn als signaleringsinstrument voor de
leraar en intern begeleider;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat relatieve niveaulabels niet
worden opgenomen in het onderwijskundig rapport, in de overdracht
tussen scholen en in het rapport aan ouders en leerlingen.
Argumenten voor: De partij streeft naar hoge verwachtingen voor ieder kind [2] en het bevorderen van gelijke kansen [3][5]. De partij wil voorkomen dat leerlingen te vroeg worden vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen [1][3]. Het focussen op de beheersing van leerdoelen in plaats van relatieve posities in rapportages sluit aan bij de visie op onderwijs op maat [3] en de noodzaak van een sterke basis in taal en rekenen [4].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om relatieve niveauindelingen in officiële onderwijskundige rapportages te behouden.
Bronnen:
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."
"Waar je geboren bent en opgroeit, mag niet bepalen welke verwachtingen het onderwijs van je heeft. We doorbreken hardnekkige patronen van lage verwachtingen. We werken vanuit hoge verwachtingen van ieder kind, ongeacht je achtergrond. Dat doen we vanaf de eerste stappen op de kinderopvang tot aan het eindexamen. Hetzelfde geldt voor leraren, onderwijsassistenten, schoolleiders én bestuurders. In deze cultuur van hoge verwachtingen combineren we een rijk schoolprogramma met sterke basisvaardigheden in taal, rekenen en burgerschap."
"D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
"We zorgen voor een sterke basis voor ieder kind. Lessen in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden zijn het belangrijkst. De vaardigheden in taal en rekenen nemen al jaren af. Dat moet beter. Iedere school krijgt een volle schoolbibliotheek."
"We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."