Geen relatieve niveaus in schoolrapporten

De regering moet de regels voor leerlingvolgsystemen (LVS) wijzigen. Testen moeten laten zien of leerlingen de leerdoelen echt beheersen. Vergelijkingen met klasgenoten mogen niet in schoolrapporten staan. Nu krijgt een deel van de leerlingen altijd het label 'onder gemiddeld', ook als zij de stof goed begrijpen.

Motie van het lid Moorman c.s. over de Regeling beoordelingskader lvs wijzigen zodat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen van de beheersing van de leerdoelen

De kamer, constaterende dat sinds 2020–2021 de onderwijsinspectie scholen beoordeelt op door leerlingen behaalde referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen; constaterende dat leerlingen zelf in leerlingvolgsystemen meestal worden beoordeeld op hun positie ten opzichte van leeftijdsgenoten; overwegende dat een relatieve norm altijd een vast percentage leerlingen als «onder gemiddeld» bestempelt, ongeacht wat zij kunnen; overwegende dat relatieve normen wél een legitieme functie hebben bij het signaleren van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben; verzoekt de regering om de Regeling beoordelingskader lvs zodanig te wijzigen dat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen van de beheersing van de leerdoelen; verzoekt de regering deze ook zo te wijzigen dat relatieve niveauindelingen uitsluitend beschikbaar zijn als signaleringsinstrument voor de leraar en intern begeleider; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat relatieve niveaulabels niet worden opgenomen in het onderwijskundig rapport, in de overdracht tussen scholen en in het rapport aan ouders en leerlingen.
30 september | PRO, D66, PvdD, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (zeer onzeker, 40%)

Argumenten voor: De partij streeft naar de brede ontwikkeling van kinderen [1] en het bevorderen van gelijke kansen [2]. Een beoordelingskader dat zich richt op het behalen van leerdoelen in plaats van op relatieve standen (waarbij een vast percentage altijd als 'onder gemiddeld' wordt beschouwd) sluit aan bij deze ambities.

Argumenten tegen: Het programma bevat geen informatie over de wijze waarop leerlingen beoordeeld moeten worden of welke rapportagevormen gewenst zijn.

Bronnen:

  1. "Onderwijs en opvang zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We investeren in kinderopvang, sport, cultuur en schoolactiviteiten als publieke voorzieningen. Zo kunnen kinderen zich breed ontwikkelen en staan ouders er niet alleen voor. Met gratis kinderopvang is er altijd mogelijkheid om werk en kinderen te combineren, maar door het invoeren van een vierdaagse werkweek willen we er ook voor zorgen dat ouders meer tijd over hebben om met hun kinderen door te brengen."
  2. "Gezond eten voor elk kind. Ieder kind verdient de kans om de dag goed te beginnen én goed door te komen. Daarom voeren we de strijd voor hogere lonen en uitkeringen. Tegelijkertijd zorgen we voor een gratis, gezond ontbijt én lunch op alle basisscholen. Zo krijgt elk kind de energie om te leren, spelen en groeien. Ongeacht wat er thuis op tafel staat. Goed eten op school is een investering in gezondheid, ontwikkeling en gelijke kansen."