Geen relatieve niveaus in schoolrapporten

De regering moet de regels voor leerlingvolgsystemen (LVS) wijzigen. Testen moeten laten zien of leerlingen de leerdoelen echt beheersen. Vergelijkingen met klasgenoten mogen niet in schoolrapporten staan. Nu krijgt een deel van de leerlingen altijd het label 'onder gemiddeld', ook als zij de stof goed begrijpen.

Motie van het lid Moorman c.s. over de Regeling beoordelingskader lvs wijzigen zodat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen van de beheersing van de leerdoelen

De kamer, constaterende dat sinds 2020–2021 de onderwijsinspectie scholen beoordeelt op door leerlingen behaalde referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen; constaterende dat leerlingen zelf in leerlingvolgsystemen meestal worden beoordeeld op hun positie ten opzichte van leeftijdsgenoten; overwegende dat een relatieve norm altijd een vast percentage leerlingen als «onder gemiddeld» bestempelt, ongeacht wat zij kunnen; overwegende dat relatieve normen wél een legitieme functie hebben bij het signaleren van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben; verzoekt de regering om de Regeling beoordelingskader lvs zodanig te wijzigen dat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen van de beheersing van de leerdoelen; verzoekt de regering deze ook zo te wijzigen dat relatieve niveauindelingen uitsluitend beschikbaar zijn als signaleringsinstrument voor de leraar en intern begeleider; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat relatieve niveaulabels niet worden opgenomen in het onderwijskundig rapport, in de overdracht tussen scholen en in het rapport aan ouders en leerlingen.
30 september | PRO, D66, PvdD, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het verminderen van de prestatiedruk in het onderwijs [1]. De motie, die de nadruk verschuift van relatieve vergelijkingen naar de beheersing van leerdoelen, sluit aan bij de wens om toetsresultaten uitsluitend te gebruiken voor het meten van leerprestaties [3] en de nadruk te leggen op de ontwikkeling van de leerling [4].

Argumenten tegen: De partij wil de onderwijskwaliteit op niveau houden [2] en streeft naar een goede kwaliteit van toetsen die door de onderwijsinspectie wordt geborgd [2]. Er zijn echter geen specifieke argumenten in het programma die de wijziging van het beoordelingskader direct tegenoverstaan.

Bronnen:

  1. "Verminderen van prestatiedruk. Op dit moment ervaren te veel leerlingen een te hoge prestatiedruk in het onderwijs door te veel toetsen en te weinig feedbackmomenten. Daarbij legt het huidige inspectietoezicht (onderwijsresultatenmodel) ook een druk op schoolleiders en docenten. Daarom willen we dat de overheid in overleg met leerlingen-, docenten-, en schoolleidersorganisaties een integrale visie maakt om prestatiedruk te verminderen."
  2. "De lat hoog houden. Wij willen dat de onderwijskwaliteit op niveau blijft en niet naar beneden bijgesteld wordt. De kwaliteit van toetsen moet op orde en op niveau zijn. De Onderwijsinspectie zorgt voor de borging van het toetsniveau en de toetskwaliteit. We voorkomen dat commerciële bedrijven hierin een rol spelen."
  3. "Eén doorstroomtoets. Er zijn op dit moment te grote verschillen in uitkomst tussen de verschillende doorstroomtoetsen. We kiezen voor één landelijke doorstroomtoets, zodat alle kinderen op dezelfde manier worden getoetst. Ook voor het mbo wordt toetsing geüniformeerd. Toetsresultaten worden uitsluitend gebruikt om leerprestaties te meten."
  4. "Waardering voor ieder niveau. We erkennen dat diploma's van studenten op elk niveau van belang zijn voor de samenleving. Vanaf dat moment kan een afgestudeerde een leven lang leren naar behoefte in plaats van altijd op een zo hoog mogelijk niveau te moeten starten. Zo leggen we de nadruk op de ontwikkeling en behoefte van de student binnen de maatschappij."