Ruimte voor scholen bij bijstellen schooladvies

De regering moet scholen de ruimte geven om het schooladvies niet verplicht te laten bijstellen. Nu moeten scholen het advies aanpassen als een leerling hoger scoort op een toets. Dit zorgt ervoor dat veel leerlingen op het verkeerde schooltype terechtkomen. Ook de administratieve regels zijn nu te streng. De regering moet de wetgeving hierover opnieuw bekijken.

Motie van de leden Boomsma en Flach over bevorderen dat scholen daadwerkelijk in het belang van de leerling kunnen afzien van de bijstelling van het schooladvies

De kamer, constaterende dat basisscholen sinds schooljaar 2023-2024 verplicht zijn het schooladvies van een leerling naar boven bij te stellen wanneer deze een doorstroomtoets heeft gemaakt met een score die hoger uitvalt dan het schooladvies, en dat hierdoor veel leerlingen terechtkomen op een schooltype waar zij niet op hun plaats zijn; constaterende dat de praktijk van "kansrijk adviseren" ertoe leidt dat leerlingen veel vaker dan voorheen moeten afstromen naar een lager schooltype dan voor de introductie van de verplichte bijstelling en dat dit gepaard gaat met frustratie en het gevoel te hebben gefaald; constaterende dat recent onderzoek suggereert dat het idee dat leerkrachten bij schooladviezen vaak (onbewust) discrimineren niet is bewezen en dat negatieve vooringenomenheid van leerkrachten tegen lage SES-groepen voor een groot deel een statistische optische illusie is; overwegende dat scholen die wensen af te wijken van de bijstellingsplicht dit nu zo uitgebreid moeten motiveren dat zij er vaak bij voorbaat maar van afzien; verzoekt de regering te bevorderen dat scholen daadwerkelijk zonder disproportionele onderbouwing en dossiervorming in het belang van de leerling kunnen afzien van de bijstelling van het schooladvies en de formulering van deze wettelijke bepaling opnieuw te bezien in aanloop naar de invoering van de centrale eindtoets.
30 september | JA21, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat scholen meer ruimte moeten krijgen voor hun werk en dat de overheid te veel eisen en wensen bij scholen neerlegt [2]. Er wordt benadrukt dat scholen behoefte hebben aan vertrouwen in plaats van te veel controle [2]. Daarnaast moet de uitvoering van onderwijs kunnen plaatsvinden zonder onnodige bureaucratie [1] en moet er meer professionele ruimte en regie voor onderwijsprofessionals komen [3].

Argumenten tegen: De partij levert in de beschikbare fragmenten geen argumenten tegen het verminderen van bureaucratie of het vergroten van de professionele ruimte van scholen.

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."
  3. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."